Vakevaluaties niet altijd opbeurend

Klein deel studenten lijkt ze te gebruiken om stoom af te blazen.
‘Bij elke vakevaluatie komt er wel wat bagger binnen.’ | Illustratie: Valerie Geleen

Vakevaluaties: ooit in het leven geroepen om het onderwijs te verbeteren, maar een klein deel van de studenten lijkt ze vooral te gebruiken om met kwetsende opmerkingen stoom af te blazen. ‘Ik vraag me af of ze beseffen hoeveel impact dat heeft op docenten.’

‘Het is pure bullshit dat we dit moesten leren’; ‘die docent is een waardeloos figuur’; ‘ik wil verder niet lullig doen maar zij is niet zo’n beste docent. Alles rond haar was warrig en slecht voorbereid en alle practica die zij verzorgde liepen in het honderd’.

Zomaar een aantal opmerkingen in vakevaluaties waar je als docent moeilijk wat mee kan om het onderwijs te verbeteren, maar die wel impact hebben. Jan Kammenga, persoonlijk hoogleraar Nematologie, vroeg aandacht voor dit fenomeen in de rubriek [no]WURries. ‘Het gaat om een klein deel van de studenten die in de anonieme vakevaluaties geen rekening houden met de fatsoensnormen. Misschien denken ze dat hun opmerkingen op een grote hoop verdwijnen en er verder niets mee gebeurt. Dat is niet zo, het gaat echt naar de docent zelf en die leest dan aan het eind van de dag dat het vak “bullshit” is en hij of zij een “waardeloos figuur” is.’

Mentale druk

Docent Organische Chemie Tjerk Sminia herkent het door Kammenga geschetste beeld. ‘Met kritiek an sich is niks mis, maar als jij of je collega’s zwart worden gemaakt, raakt dat je enorm. De meeste studenten reageren beschaafd, maar bij elke vakevaluatie komt er wel wat bagger binnen.’ Zoals bij een recente evaluatie van Organic Chemistry 1, waar iemand een heel A4’tje vol had geschreven over waarom dat vak ‘totale bullshit’ was. Sminia: ‘Volgens die eerstejaars student was de inhoud van het vak  slecht, de docenten waren slecht, eigenlijk was alles slecht. Verder stond er niets in waar wij iets mee konden om het vak te verbeteren. En dat gaat dan om een van de best gewaardeerde grote vakken die hier worden gegeven. Misschien heeft het te maken met de afstand die is ontstaan tussen docent en student tijdens online onderwijs.’

Misschien heeft het te maken met de afstand die is ontstaan tussen docent en student tijdens online onderwijs

Ook onderwijsdecaan Arnold Bregt hoort dat het aantal ongenuanceerde reacties is toegenomen. ‘Als je keihard hebt gewerkt om dingen voor elkaar te krijgen, zeker in coronatijd, en je krijgt dan forse kritiek waartegen je je niet kan verdedigen: dat komt hard aan.’ Vaak gaat het maar om een klein aantal studenten dat op grove wijze stoom afblaast, zegt Bregt. ‘Maar uit onderzoek naar feedback blijkt dat negatieve reacties vijf tot tien keer meer binnenkomen dan positieve reacties. Dit is geen Twitter, daar moeten we studenten wellicht op wijzen. Hou de kritiek constructief, dan kunnen we er wat mee.’

Hou de kritiek constructief, dan kunnen we er wat mee

Schadelijk voor carrière

De vakevaluaties zijn bedoeld om vakken te verbeteren, maar worden ook gebruikt om het functioneren van docenten te beoordelen in de tenure track en de basiskwalificatie onderwijs (BKO). Sminia: ‘Als je nieuw bent, nog geen vast contract hebt, en je weet dat de vakevaluaties terechtkomen bij programmadirecteuren, opleidingscommissies, enzovoort, dan moet je je naast die opmerkingen ook nog eens zorgen maken om de mogelijke gevolgen voor je reputatie en je carrière.’ Ook Kammenga vindt dat problematisch. ‘De mentale druk op jonge docenten wordt zo veel te groot.’

Universitair hoofddocent Dierethiek Bernice Bovenkerk zat in meerdere werkgroepen over vakevaluaties. Ze vindt dat die door de jaren heen te belangrijk zijn gemaakt. Bovenkerk: ‘Het is goed voor een leerstoelhouder om te weten dat een bepaalde cursus niet zo hoog scoort en hoe het beter kan, maar meer dan dat is het niet.’ Ze vindt dat de evaluaties niet moeten worden gebruikt om het functioneren van docenten te beoordelen.

Ze zeggen namelijk weinig tot niets over de capaciteiten van docenten, vertelt Bovenkerk. ‘Toch worden ze in Wageningen wél gebruikt om beslissingen te nemen over promoties. Een aantal jaren geleden heeft de werkgroep Studentenevaluaties dit aangekaart, met als advies het niet te doen, zeker niet in de tenure track. Vorig jaar hebben we er nog een brief over geschreven vanuit Wageningen Young Academy. Maar het gebeurt nog steeds.’
Uit onderzoek van Troy Heffernan (Abusive comments in student evaluations of courses and teaching: the attacks women and marginalised academics endure) blijkt dat vakevaluaties voor extra stress en een hogere kans op burn-outs zorgen, vooral bij mensen die nog geen vast contract hebben. Bovenkerk: ‘Het is slecht voor het zelfvertrouwen van docenten. Ik heb collega’s huilend aan de lijn gehad omdat ze een paar slechte evaluaties kregen. Een collega meldde dat ze steeds onzekerder voor de klas staat. Dan kom je in een vicieuze cirkel terecht. Dat is een hoge tol om te betalen voor een middel dat verder niet veel goeds brengt.’

Biased

Uit Heffernan’s onderzoek komt ook naar voren dat vrouwen en minderheden bovengemiddeld vaak de dupe zijn van de anonieme reacties. Bovenkerk: ‘Bij vrouwen gaat het bijvoorbeeld veel vaker over uiterlijk, of vrouwen worden “teacher” genoemd en mannen “professor”. We gebruiken een veel te biased middel om te bepalen of iemand wel of geen promotie krijgt. Het is discriminerend. Het is misschien beter studieverenigingen een rol te geven. Zij kunnen met studenten een vak bespreken en de bevindingen later met de docent bespreken. We hebben dat een keer geprobeerd en dat werkte toen heel goed.’ Minder vaak evalueren kan ook helpen, denkt Bovenkerk. ‘Als vakken slechte evaluaties krijgen of nieuw zijn, kun je ze vaker onder de loep nemen, maar bij vakken die jaar in jaar uit goed scoren, hoef je dat echt niet elke keer opnieuw te doen.’ Mogelijk helpt dat ook bij hoe studenten reageren, denkt Bovenkerk. ‘Studenten wordt na elke periode gevraagd hun mening te geven; misschien zijn ze een beetje evaluatie-moe en dat kan invloed hebben op hoe ze antwoord geven. Onderzoek laat ook zien dat studenten tijdens het invullen hogere scores geven als de zon schijnt dan wanneer het regent. Het is context-afhankelijk.’

Nieuw systeem

Zou het kunnen helpen duidelijke instructies te zetten bij de vakevaluaties? Bovenkerk: ‘Er staat al wel tekst bij over waarvoor ze bedoeld zijn, maar ik betwijfel of studenten die lezen. Als ik lesgeef, worden er ook vaak vragen gesteld waarop het antwoord al in de studiegids staat. Het zou zinniger zijn studenten les te geven over hoe je feedback geeft.’
Ook Bregt is kritisch op het gebruik van vakevaluaties om docenten te beoordelen. ‘Met de werkgroep Erkennen en Waarderen werken we aan een nieuw systeem, waarin docenten zelf kunnen kiezen hoe ze laten zien dat ze gekwalificeerd zijn. Daarvoor mogen ze de vakevaluaties gebruiken, maar dat hoeft niet: het kan door gesprekken te hebben met studenten die aangeven of ze iets geleerd hebben, of andere vormen van evaluatie.’ Bregt hoopt dat het nieuwe docentenevaluatiesysteem begin 2023 van start gaat.

Wat Kammenga betreft, moet er in ieder geval één ding gebeuren met de vakevaluaties. ‘We moeten de discussie erover op gang brengen. Want dat het anders moet, staat vast. De vraag is, hoe.’

Vakevaluaties in het kort
Studenten krijgen na afloop van elk vak de vraag om een vakevaluatie te doen. Ze ontvangen een uitnodiging in hun WUR-mail en beantwoorden vragen in PACE, een tool voor onderwijsevaluaties. Deelname is anoniem, zodat studenten zich veilig voelen om hun kritiek te uiten.

In de vakevaluaties staan een aantal gesloten vragen. Daarin kunnen studenten aangeven hoe een vak scoort op verschillende gebieden, op een schaal van 1 tot 5. Ook staan er een aantal open vragen in.

PACE maakt een samenvatting van de resultaten, waarin de gemiddelde cijfers en de antwoorden op open vragen zichtbaar zijn. Die resultaten komen vervolgens weer terecht bij de docenten, opleidingscommissies, programmadirecteuren en andere betrokkenen bij het vak.

De vakevaluaties zijn bedoeld om het vak te verbeteren, maar worden ook gebruikt om het functioneren van docenten te beoordelen. Daar is kritiek op, onder meer omdat het makkelijker is om hogere scores te halen bij bijvoorbeeld een klein mastervak met een leuke excursie dan een verplicht bachelorvak met honderden studenten.

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.
  1. Een aantal jaar terug heb ik met collega’s een nieuw vak opgezet. De feedback was voor ons erg belangrijk, maar aangezien bij ons andere vak maar 10-15% van de studenten reageert zagen we de bui al hangen.
    Tijdens het tentamen hebben we daarom de vraag opgenomen “Benoem (minimaal) 3 punten die je zou verbeteren aan het vak”. Voor het invullen van de vraag werden punten toegekend. Van ca. 30 leerlingen hadden we 3 A4-tjes vol met suggesties. Dat was heel efficient.