Wageningse stikstofexperts ‘debunken’ misinterpretaties

Wim de Vries en Gerard Ros nuanceren stikstof-analyse UvA/Mesdagfonds en situatie Schiermonnikoog.
Volgens het UvA-rapport komt stikstofverspreiding rond de twee bemeten melkveehouderijen (niet het bedrijf op de foto) overeen met de RIVM-berekeningen. Foto Resource

Wim de Vries en Gerard Ros (beiden van WUR Milieusysteemanalyse) schreven een artikel om de stikstof-analyse van de UvA en het Mesdagfonds te nuanceren. Ze storen zich aan de misinterpretaties.

Medio september verscheen een rapport van de Universiteit van Amsterdam over hoe stikstof zich verspreidt vanaf melkveehouderijen. Daartoe werden op twee bedrijven metingen gehouden. De onderzoekers constateerden dat het merendeel (90 procent) van de stikstof verdwijnt in ‘de deken’, en dat de resterende 10 procent vooral heel lokaal neerslaat: binnen 100 meter van het bedrijf.

De opdrachtgever van het onderzoek, het Mesdag Zuivelfonds, wijdde een persbericht aan het rapport. Dat stelt dat ‘het huidige beleid gericht op piekbelasters dus niet effectief zal zijn’– een conclusie die de Amsterdamse onderzoekers níet trokken. De Telegraaf kopte daarop ‘Nieuwe studie bom onder piekbelastersbeleid’ en vakblad Vee en Gewas koos zelfs voor ‘Depositie van stikstof fors overschat’.

De UvA-onderzoekers zijn daar niet gelukkig mee, zo viel al te lezen in universiteitskrant Folia. ‘Onze studie is allerminst een bom onder het stikstofbeleid, het is op z’n hoogst een rimpeling in het water’, zeggen ze daarin. Ook de Wageningse stikstofexperts Wim de Vries en Gerard Ros (leerstoelgroep Milieusysteemanalyse) storen zich aan de misinterpretaties. In een artikel op NatureToday en wur.nl zetten ze vorige week gedetailleerd uiteen wat de UvA-metingen in hun optiek wel impliceren en wat de relevantie is voor de piekbelasters-aanpak. Ze benadrukken dat de resultaten van het UvA-onderzoek niet betekenen dat de stikstofdepositie overschat wordt en dat de gemeten verspreiding van stikstof overeen komt met de RIVM-berekeningen.

Goed te verklaren

In het artikel gaan ze ook dieper in op de situatie op Schiermonnikoog, die veelvuldig wordt aangehaald om het effect van veestapelreductie in twijfel te trekken. Hoewel de eilandboeren hun veestapel met bijna 40 procent terugbrachten, werden vorig jaar toch hogere ammoniakconcentraties gemeten op een aantal locaties. ‘Dat lijkt heel tegenstrijdig, maar is goed te verklaren’, stellen de Wageningse experts.

Overigens zijn ze van mening dat Nederland niet de depositie, maar de uitstoot van stikstof als basis moet nemen voor beleid. Samen met Martin van Ittersum (Plantaardige Productiesystemen) en Roel Jongeneel (Wageningen Economic Research) ontwikkelden ze een voorstel voor alternatieve aanpak. Ze bepleiten om de landelijke milieu-opgaven voor de landbouw (en dus niet alleen stikstof, maar bijvoorbeeld ook methaan en CO2) terug te rekenen naar concrete doelen per bedrijf, met een jaarlijks dalend emissieplafond. ‘Daarmee komt er geheid beweging in de Nederlandse landbouw’, zeiden ze daar eerder over in een interview met Resource.

Aanleiding voor het UvA-onderzoek waren de twijfels van boeren over de betrouwbaarheid van de (op modellen gebaseerde) RIVM-berekening van de stikstofdepositie. Het Mesdagfonds vroeg de UvA ‘echte’ metingen te doen. Die metingen wezen uit dat de stikstofdepositie op korte afstand van de melkveehouderij in werkelijkheid iets hoger is dan volgens de modelberekeningen.

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.