Risico op ondervoeding bij langere IC-opname

Studie bevestigt ‘meten is weten’-voedingsaanpak Ziekenhuis Gelderse Vallei.
Standaard met infuus eraan. Foto Unsplash/Marcelo Leal

Een opname op de intensive care (IC) kost patiënten enorm veel energie. Hanneke Moonen, chirurg in opleiding bij Ziekenhuis Gelderse Vallei en WUR-promovendus, onderzoekt het energieverbruik van deze patiënten tijdens hun IC-opname én daarna met het oog op passend voedingsadvies. ‘Energieverbruik is heel variabel, tussen mensen onderling, maar ook bij dezelfde persoon op verschillende momenten van dag.’

Energieverbruik is nauwkeurig te bepalen aan de hand van de verhoudingen tussen zuurstof en koolstofdioxide in de in- en uitgeademde lucht, ook bij IC-patiënten. Moonen: ‘Bij IC-patiënten is het energieverbruik gedurende de dag nagenoeg stabiel; ze zijn de hele dag bezig met ziek zijn. Dat maakt het eenvoudiger om hun dagelijks energieverbruik te schatten aan de hand van een korte meting. Die gegevens kunnen we makkelijk verzamelen als patiënten aan de beademing liggen: we koppelen dan meetapparatuur aan de beademingsbuis. Maar zodra de beademingsbuis eruit gaat, stoppen onze metingen. Zo was het althans altijd.’

‘Gelukkig is er sinds enkele jaren een apparaat op de markt dat je kunt aansluiten op de beademingsbuis én op een soort astronautenhelm.’ Die helm (zie foto) creëert een luchtdicht systeem waardoor ook bij patiënten zonder beademingsbuis nauwkeurig de samenstelling van in- en uitgeademde lucht gemeten kan worden. ‘We kunnen hierdoor het energieverbruik van patiënten dus langer volgen.’

De ‘astronautenkap’ waarmee de samenstelling van in- en uitgeademde lucht gemeten kan worden. Foto COSMED: The Metabolic Company

Lastige doelgroep

Het langdurig volgen van deze patiënten blijkt lastig. ‘Allereerst willen of kunnen veel patiënten niet meedoen’, stelt Moonen. Ze willen het zelf niet, of – in het geval van patiënten met verminderd bewustzijn – heeft hun familie het liever niet. ‘Bij patiënten die wel willen meedoen, kan het voorkomen dat ze een behandeling krijgen waardoor ze de helm niet goed kunnen verdragen, of waardoor de resultaten niet betrouwbaar te interpreteren zijn.’ Daarnaast zijn IC-patiënten erg kwetsbaar. ‘Een deel van de patiënten overlijdt op de intensive care aan hun ziekte of door complicaties. Dan houden onze metingen natuurlijk ook op.’

Toch lukte het Moonen en haar collega’s om voldoende data te verzamelen. Ze volgden 56 patiënten vanaf het moment dat zij op de IC werden opgenomen tot het moment van ontslag uit het ziekenhuis of overlijden; van 23 patiënten is het gelukt om na ontslag van de intensive care gegevens te verzamelen op de verpleegafdeling. De resultaten van deze ‘RECOVER-Energy’-studie zijn vorige maand gepubliceerd.

Patronen ontdekken

Met deze data probeerden de onderzoekers vervolgens een patroon te ontdekken voor de gehele IC-populatie. ‘De energieverbruikgegevens van individuen kun je niet zomaar met elkaar vergelijken. Een persoon met een groot lichaam heeft vanzelfsprekend meer energie nodig dan iemand met een klein lichaam. Dat is bijvoorbeeld te corrigeren met de BMI-gegevens (de body mass index, red), maar we weten dat ook de lichaamssamenstelling van belang is, want spierweefsel heeft een andere energiebehoefte dan vetmassa.’

Als we energiebehoefte berekenen met standaardformules, ondervoeden we patiënten mogelijk al na vier dagen.

Hanneke Moonen, chirurg in opleiding en promovendus bij WUR

Aan de hand van verzamelde gegevens over lichaamsgrootte en -samenstelling berekenden de onderzoekers een relatieve maat voor energieverbruik in rust. Hiermee konden de data tussen patiënten vergeleken worden.

Ondervoeden

‘Maar daarmee wisten we nog niet hoe dit zich verhoudt tot iemands normale ‘gezonde’ energieverbruik.’ Moonen legde daarom twee verschillende veelgebruikte formules voor het schatten van dagelijks energieverbruik naast de gemeten data. Uit de vergelijking tussen het energieverbruik op de IC en de formules voor normaal verbruik, bleek dat deze formules na enkele dagen een onderschatting laten zien van de benodigde energie: ‘Het is goed om je te realiseren dat, als we de energiebehoefte van patiënten berekenen aan de hand van standaardformules, we ze mogelijk al na vier dagen ondervoeden.’

Voor de patiënten in Ziekenhuis Gelderse Vallei verandert er niet veel. ‘Wij meten het energieverbruik van onze patiënten al elke drie dagen. Hun voedingsschema is daarop aangepast. Maar deze resultaten zijn een bevestiging dat onze aanpak goed is.’

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.