Zo maken chrysanten meer zaad

Slechtere stampers lijken deels de oorzaak van verminderde zaadproductie bij veredelde chrysanten.
Foto Pixabay

Chrysanten bestaan uit vrouwelijke lintbloemen en hermafrodiete buisbloemen. Veel lintbloemen maakt de plant decoratief, maar zorgt ook voor minder zaad. Annemarie Castricum promoveerde op een studie hoe daar een mouw aan te passen.

Het probleem van weinig zaad doet zich voor bij veredelde chrysanten. Wilde rassen maken meer zaad’, zegt Castricum. ‘Rassen met veel lintbloemen, de veredelde rassen, produceren minder zaad dan de meer originele soorten die alleen aan de buitenrand een rijtje lintbloemen hebben en verder vooral uit buisbloemen bestaan. Het lijkt er dus op dat lintbloemen minder zaad maken.’

Stamper

Zij ontdekte ook hoe dat komt. In ieder geval deels lijkt de kwaliteit van de stamper van lintbloemen daar debet aan. Castricum: ‘Het gaat in dit geval om de morfologie van de stamper, dus hoe mooi de stamper open staat om stuifmeel op te kunnen vangen.’ Die kennis is nuttig voor veredelaars: zij kunnen in hun veredelingsprogramma’s selecteren op betere stampers.

Een tweede optie is de verhouding tussen de hoeveelheid lint- en buisbloemen veranderen. Castricum zocht uit welke genen bij die verhouding een rol spelen. Daarbij kwam mooi van pas dat haar werkgever, chrysantenveredelaar Dekker, twee rassen in huis heeft met heel veel lintbloemen en mutanten daarvan met juist veel buisbloemen. Ze onderzocht de genetische verschillen tussen die bloemen.

Ik heb de hormoonremmer op meerdere rassen getest, maar het werkte niet altijd

Annemarie Castricum, promovendus Laboratory of Molecular Biology

In totaal kwamen 290 genen in beide rassen anders tot expressie vergeleken met hun mutanten. Een deel van die genen is betrokken bij de eerste ontwikkelingsstadia van de bloemen. Castricum identificeerde uiteindelijk één gen (PDF2) waarvan met grote waarschijnlijkheid werd vastgesteld dat die voor meer buis – dan lintbloemen zorgt.

Toepassing

Maar dat is niet alles. Ook genen die betrokken zijn bij de productie van het plantenhormoon brassinosteroïde hebben een duidelijk aantoonbaar effect: het afremmen van de productie van het hormoon zorgt voor minder lintbloemen. Dat heeft mogelijk een direct praktische toepassing, door planten met de hormoonremmer brassinazole te behandelen.

Castricum tempert overigens de verwachtingen. ‘Het is best lastig’, zegt ze. ‘Je moet de brassinazole handmatig toedienen op de bloem. Ik heb het op meerdere rassen getest, maar het werkte niet altijd. Je moet het echt op de goede plek toedienen en in de juiste concentratie. Omwindselblaadjes zitten daarbij in de weg; die hebben dan ook juist tot taak te zorgen dat je niet zomaar bij de bloemknop komt.’

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.