‘Gevaarlijke voedingsadviezen pik ik niet’

Ellen Kampman onderzoekt de rol van leefstijl bij kanker.
‘De studie heeft al veel opgeleverd: er zijn tien onderzoekers op gepromoveerd en veel postdocs hebben met deze data gewerkt. En we hebben al zeker zestig papers over deze studie gepubliceerd.’ Foto Duncan de Fey

Ellen Kampman, hoogleraar Voeding en Ziekte, doet al 35 jaar onderzoek naar de rol van leefstijl en voeding bij kanker. Inmiddels beginnen de resultaten binnen te stromen van een grote cohortstudie die zij vijftien jaar geleden opzette. ‘Mijn schoonzus kreeg kanker en vroeg mij wat ik kon zeggen tegen mensen die al kanker hebben. Daar was toen geen antwoord op en dat heeft indruk op me gemaakt.’

‘Half februari publiceerden we de nieuwste uitkomsten van de COLON-cohortstudie waaruit blijkt dat koffie een gunstig effect heeft op de overleving na darmkanker. De media weten me daarom goed te vinden. Omdat de promovendus die dit project uitvoert geen Nederlands spreekt en dus de pers niet te woord kan staan, ben ik zelf in het nieuws. Anders zou ik haar naar voren hebben geschoven. Ik vind dat dat hoort bij iemand aan het eind van haar carrière.

‘Want hoewel ik nog vijf jaar blijf werken, zet ik nu al een paar passen terug. Mijn naam staat niet meer op projectvoorstellen, tenzij ik die zelf geschreven heb en ik ben meestal niet meer de laatste, meest seniore auteur op papers of ik sta er helemaal niet meer op. Ik zie te vaak mensen die hun onderzoek dichtbij zichzelf willen houden. Ik snap dat wel, maar ik vind ook dat we jongere onderzoekers ruimte moeten geven. Langzaam uitfaseren is een keuze die in mijn hoofd begint en die ik met mijn hart bevestig.

Ik vind dat we jongere onderzoekers de ruimte moeten geven

‘Ik heb een beeldje gekregen, een mentor-award, van Fränzel van Duijnhoven, Dieuwertje Kok en Renate Winkels, drie vrouwen van de leerstoelgroep Voeding en Ziekte die ieder hun eigen onderzoekslijn hebben ontwikkeld, gebruikmakend van onder meer het COLON-cohort. Het beeldje stelt een vrouw voor die drie andere vrouwen omhoog houdt. Dat vonden ze typerend voor onze onderlinge verhoudingen. Zo zwart-wit vind ik het overigens niet, hoor. Zij houden mij ook omhoog. Ik moet nog eens een omgekeerd beeldje vinden.

‘Intussen kan ik al wel uitkijken naar de dingen die ik ga doen als ik met pensioen ben: ik ben een enorme plantenliefhebber dus ik ga lekker veel tuinieren. In de tuin van het Toon Hermanshuis in Ede bijvoorbeeld. Deze ‘Toon Tuin’ voor kankerpatiënten heb ik helpen opstarten. Ik kom er graag.’

Domme pech

‘Eigenlijk kwam ik naar Wageningen voor de studie Plantveredeling, maar die bleek niet, zoals ik verwachtte, over plantenkweken in een kas te gaan. Een huisgenoot van me studeerde Voeding en Gezondheid en zij deed zulke leuke practica. Ik ben toen voor kerst al van studie geswitcht. De hoogleraar bij wie ik jaren later mijn afstudeerstage deed, stuurde me naar Griekenland om maagkanker­onderzoek te doen. Ik was meteen verknocht aan dit vakgebied. Inmiddels doe ik al zo’n 35 jaar onderzoek naar kanker.

‘Onderzoekers dachten destijds dat het domme pech was als je die ziekte kreeg, of ongelukkig toeval, of hoogstens iets genetisch. Het had zeker niets met leefstijl te maken, zeiden ze. Daar geloofde ik niks van. De eerste 25 jaar van mijn carrière deed ik voornamelijk onderzoek naar de leefstijl van gezonde mensen voor de preventie van kanker. Leefstijl heeft het meeste effect op darmkanker, daarom besloten we die variant te onderzoeken. Ik denk dat we nu grotendeels weten wat leefstijl doet met de kans op darmkanker voor gezonde mensen. Er zijn nu ook op basis van al het nationale en internationale onderzoek, waaronder dat van ons, aanbevelingen opgesteld om het risico op kanker te verlagen.

Onderzoekers dachten destijds dat kanker krijgen altijd domme pech was of iets genetisch

‘Maar mensen die al kanker hadden, stelden ook steeds vaker vragen: wat moeten wij dan doen – voor, tijdens en na onze therapie – voor betere overlevingskansen? Rond dat moment kreeg ook mijn schoonzus borstkanker. Ze vroeg me, op de man af: ‘Ellen, wat kun je tegen mensen als ik zeggen?’ Daar had ik geen antwoord op. In de wetenschap was er namelijk weinig bekend waar deze doelgroep – de mens die al patiënt was – iets aan kon hebben. Dat heeft indruk op me gemaakt. Het was een reden om me te verdiepen in de rol van leefstijl op kankerpatiënten en inmiddels zijn we zo’n vijftien jaar verder.’

Miljoenen

‘Richting 2010 kwamen een paar ontwikkelingen samen. Ik werd persoonlijk hoogleraar bij WUR en het Wereld Kanker Onderzoek Fonds wilde graag met ons een nieuwe studie naar leefstijl rondom kankertherapie opstarten. Met het geld van dat fonds zijn we de COLON-studie voor leefstijlonderzoek naar darmkankerpatiënten gestart. Voor een cohortstudie – waarin je een groep mensen met een bepaalde ziekte tientallen jaren volgt – heb je echt veel geld nodig. Dit cohort heeft inmiddels wel een paar miljoen gekost.

In ons cohort zitten data van zo’n 2100 mensen met darmkanker

‘Sinds 2010 verzamelen we voor dit onderzoek leefstijldata van darmkankerpatiënten. Onze dataverzameling start vlak nadat patiënten hun diagnose krijgen. Via de behandelend arts vragen we of ze mee willen doen aan ons observationele onderzoek. We laten hen vragenlijsten invullen over hun leefgewoontes, nemen bloed af en vragen hen ontlasting te verzamelen. Na zes maanden, een, twee en vijf jaar doen we dat opnieuw. Deze gegevens koppelen we met hun goedkeuring aan onder meer de kankerregistratie. Dan weten we wie van onze deelnemers opnieuw kanker krijgt of is overleden.’

Lange adem

‘Sinds een paar jaar nemen we geen nieuwe deelnemers meer aan. In ons cohort zitten nu data van zo’n 2100 mensen met darmkanker, uit elf ziekenhuizen. We blijven die mensen volgen om te zien hoe het met ze gaat. Sommigen volgen we dus al bijna 15 jaar en het cohort begint nu zijn vruchten af te werpen.

‘Voor dit onderzoek heb je een lange adem nodig: de overleving van darmkanker is – gelukkig – vrij goed, dus patiënten kunnen lang meedoen aan het onderzoek. Bovendien is de rol van leefstijl op iemands gezondheid niet van de een op de andere dag te beoordelen. Maar intussen heeft de studie al veel opgeleverd: er zijn tien onderzoekers op gepromoveerd en veel postdocs hebben met deze data gewerkt. En we hebben al zeker zestig papers over deze studie gepubliceerd.

‘Een cohort als dit gaat jarenlang mee en het is zonde als je het maar voor één onderzoeksvraag gebruikt. Daarom vragen we patiënten het hemd van het lijf: van vitaminen- en ander supplementengebruik tot aan lichamelijke activiteit, roken en slaap. Achteraf gezien had ik ook graag het stressniveau willen meten, maar daar hadden we toen nog geen goede methoden voor – en die zijn overigens nog steeds in ontwikkeling. Patiënten zijn benieuwd naar de relatie tussen stress en kanker.’

Koffie

‘Patiënten en hun zorgverleners sturen dus deels ons onderzoek. Aan de hand van de vragen die zij stellen, kunnen wij nieuwe projectvoorstellen schrijven. Koffie was zo’n vraag. Patiënten krijgen al veel beperkingen opgelegd en ze hopen dat ze wel koffie kunnen blijven drinken.

‘We bewaren de samples uit onze onderzoeken in de vriezer en data op de harde schijf. Als we nieuwe onderzoeksvragen hebben, halen we de benodigde gegevens tevoorschijn om ze te analyseren. Deze gegevens kunnen we ook koppelen aan andere cohorten in binnen- en buitenland. Zij gebruiken namelijk dezelfde vragenlijsten, waardoor we onze data kunnen vergelijken of juist samenvoegen.

‘Soms hebben we een onderzoeksvraag die heel specifiek is voor een kleine groep mensen. Bijvoorbeeld voor patiënten met rectale kanker, kanker aan het einde van hun endeldarm. Deze groep heeft een andere overlevingskans en andere klachten dan patiënten die kanker hebben aan het begin van hun darm en krijgt ook een andere vorm van therapie. Als we data over deze patiënten uit verschillende cohorten kunnen samenvoegen, hebben we meer informatie om op te bouwen en kunnen we nieuwe verbanden leggen.’

Kip of ei

‘Het nadeel van observationeel onderzoek is dat je niet helemaal uit elkaar kunt houden wat de kip of het ei is. In onze analyses moeten we corrigeren voor de factoren die nauw met elkaar zijn verbonden. Zo zijn veganisten vaak heel bewust bezig met hun gezondheid. Zijn ze gezonder ondanks of dankzij het plantaardige eetpatroon?

Nederland heeft zo’n zeventien miljoen voedingswetenschappers

‘We moeten vooraf dus heel goed nadenken over hoe alle gezondheidsfactoren met elkaar zijn verweven voordat we analyses uitvoeren. En we moeten onze resultaten vergelijken met andere studies die hetzelfde onderzocht hebben. Soms zijn er experimentele studies met mensen gedaan, maar niet alles valt op die manier te onderzoeken. Het is bijvoorbeeld onethisch om mensen vol te gieten met alcohol om te zien wat dat doet met je gezondheid. Of gewoon maar afwachten tot mensen kanker krijgen zonder ze te behandelen en dan achteraf de boosdoeners aanwijzen.’

Des Wagenings

‘Soms vragen mensen me of het onderzoek dat wij hier doen wel ‘des Wagenings’ is. WUR lijkt in de kern nog een landbouwuniversiteit te zijn: ik lees bijvoorbeeld zelden iets over humane voeding en gezondheid in het strategisch plan.

‘En dat terwijl de afdeling Human Nutrition and Health al meer dan vijftig jaar bestaat. Al een halve eeuw onderzoeken we de relatie tussen voeding en ziekte. En daarnaast heeft bijna iedereen die iets wetenschappelijks over voeding zegt in Nederland de Wageningse bachelor- en masteropleiding Nutrition and Health gedaan; dat zegt iets over de kwaliteit van ons werk en de opleiding. Het mooie van Wageningen vind ik dat we naast gezondheid ook duurzaamheid meenemen in ons onderzoek en dat we de kennis over bijvoorbeeld levensmiddelenchemie, biologie en celbiologie, maar ook de humane- en dierfysiologie, dichtbij hebben.

WUR is in de afgelopen veertig jaar minder een mannencultuur geworden

‘WUR is in de afgelopen veertig jaar veranderd. Het is meer divers geworden – minder een mannencultuur. Het is goed dat we een vrouw in de raad van bestuur hebben en dat de nieuwe rector een vrouw is. Het is goed als vrouwen ook op hogere posities zichtbaar zijn. Ik zie op steeds meer plekken de diversiteit toenemen en daar ben ik heel blij mee.’

17 miljoen voedingswetenschappers

‘Nederland heeft zo’n zeventien miljoen voedingswetenschappers. Maar wij kunnen ons met een degelijke wetenschappelijke onderbouwing onderscheiden van de rest. Soms worden er dingen beweerd, voornamelijk op sociale media, waarvan ik denk: waar komt dit nou weer vandaan? Laatst wilde iemand weten of specifiek de groene bananen beschermen tegen kanker. Daar kan ik wel om lachen. Maar wanneer mensen adviezen geven die gevaarlijk zijn, zal ik daar altijd tegen optreden. Bijvoorbeeld dat alcohol of een dieet met heel veel vlees goed voor je zou zijn. Daar ga ik dan tegenin – onzin pik ik niet.’

CV Prof. dr. ir. Ellen Kampman
1981-1988 Studie Voeding en Gezondheid, Wageningen
1989-1994 Promovendus aan de Universiteit Maastricht
1991 Visiting research fellow bij Harvard School of Public Health, Boston, (Massachusetts), VS
1994-1996 Postdoc bij Fred Hutchinson Cancer Research Centre, Seattle, (Washington), VS
1996-heden Wageningen Universiteit & Research
2008 Benoeming tot persoonlijk hoogleraar Voeding en Kanker
2015 Benoeming tot leerstoelhouder Voeding en Ziekte

Ellen Kampman is lid van verschillende nationale en internationale commissies, waaronder de raad van toezicht van het Voedingscentrum en de Beraadsgroep Volksgezondheid van de Gezondheidsraad.

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.