Stress om de werkplek

Het verlies van de vaste werkplek leidt tot grote frustratie onder medewerkers.
Foto Guy Ackermans

De weerzin tegen het flexibele werken is zo groot dat hier en daar de plannen worden bijgestuurd of zelfs teruggedraaid.

In de gangen van Lumen en Gaia is het in augustus een drukte van belang. Timmerlui zagen gaten in voorheen dichte deuren, om er een raam in te plaatsen. Zo kun je van buitenaf zien of er binnen nog plek is. Tafels worden vervangen door in hoogte verstelbare exemplaren. Iedereen moet voortaan overal kunnen werken. Het zijn de eerste tastbare veranderingen van de invoering van het flexibele werken. Vanaf nu heeft – op een uitzondering na – niemand meer recht op een eigen kamer met eigen spulletjes en vaste collega’s om zich heen.

Het duurde niet lang tot de bom barstte. Begin oktober ging een petitie rond in Lumen onder het personeel van de Environmental Sciences Group (ESG), die massaal werd ondertekend. De inhoud loog er niet om. Het flexibele werken op de manier waarop de directie dat uitrolt, legt de bijl aan de cohesie en samenwerking binnen bestaande groepen, drijft promovendi in een sociaal isolement en ondermijnt de kwaliteit van het werk.

Studenten

Een van de initiatiefnemers van de petitie is Lourens Poorter (Lumen, persoonlijk hoogleraar Bosecologie en -beheer). Een vaste werkplek is volgens hem essentieel voor zijn welzijn. ‘We zijn continu bezig allerlei ballen in de lucht te houden. Als ik daarbij ook nog elke keer moet kijken waar ik een plekje kan vinden… Dat werkt gewoon niet. Ik heb geen zin om nog meer te rennen en bureautjes te zoeken. Waarom zou ik hier dan nog werken?’

Ik heb geen zin om nog meer te rennen en bureautjes te zoeken. Waarom zou ik hier dan nog werken?

Lourens Poorter (Lumen, persoonlijk hoogleraar Bosecologie en -beheer)

In de ESG-plannen leveren de medewerkers volgens de petitie 38 procent van de huidige ruimte in. ‘Terwijl het aantal stafleden juist alleen maar toeneemt.’ Die gedwongen krimp komt vooral door het gekozen uitgangspunt dat er voor twee fulltimers voortaan nog maar één bureau beschikbaar is. Bovendien wordt veel meer dan voorheen ruimte vrijgemaakt voor studenten die aan hun thesis werken. Met dat laatste wordt uitvoering gegeven aan een richtlijn die door de raad van bestuur is opgelegd. Maar waarom, vraagt Poorter zich af. ‘Heel veel studenten kunnen prima in de bibliotheek of thuis aan hun thesis werken. Als ik moet kiezen tussen mijn promovendus die de onderzoekscultuur moet opsnuiven of de masterstudent, dan kies ik voor de promovendus. Laat leerstoelgroepen zelf bepalen waar hun prioriteit ligt: bij de werknemer of de student.’

In tranen

Het verzet bij ESG staat niet op zichzelf. Bij de Agrotechnology & Food Sciences Group (AFSG) in Helix wordt al sinds dit voorjaar flexibel gewerkt. Ook daar ging de invoering gepaard met een storm van kritiek. Een poll op intranet in april liet zien dat een groot deel (ruim 80 procent) van de medewerkers de flexibele werkplek niet wil. ‘Waar ik vooral van schrok,’ zegt initiatiefnemer van de peiling Allan van Hulst (Humane Voeding en Gezondheid), ‘was hoe veel en hoe heftig er werd gereageerd op intranet. Normaal roept een bericht op intranet niet veel reactie op, maar nu stortte iedereen zich op die poll. Dit houdt mensen echt bezig. Er zijn hier mensen in tranen uitgebarsten, omdat ze hun vaste werkplek moesten afgeven. Dit is iets wat mensen echt raakt.’

Dat het bij veel mensen zo diep zit, heeft volgens Van Hulst te maken met waardigheid. ‘Het gaat erom als medewerker voor vol te worden aangezien. De eigen werkplek is onderdeel van de erkenning dat jij als individuele medewerker gewicht hebt en een bepaalde bijdrage levert aan de universiteit. Ik schrok zelf enorm van de technocratische manier waarop er door de leiding over flexwerken werd gesproken. Edith Feskens (leerstoelhouder Global Nutrition) had het tijdens een bespreking over medewerkers die een bureau bezet houden. Dat is alsof je thuis tegen je partner zegt dat-ie een stoel aan de eettafel bezet houdt. Het gaat niet alleen om flexibel werken, maar ook om de communicatie en de manier waarop het is ingevoerd.’

Overal anders

Fred de Boer, docent Wildlife Ecology and Conservation: ‘Overleggen aan deze tafel is mijn werk. Ik snap heus wel dat dit qua vierkante meters een dure plek is. Maar dat is een investering in de kwaliteit die ik lever.’

De invoering van flexibel werken is ingegeven door de sterke groei van WUR. Zonder uitbreiding is er niet genoeg ruimte om iedereen een eigen bureau te geven. Door het thuiswerken staan die bureaus bovendien gemiddeld meer dan de helft van de tijd stof te vangen. De flexibele werkplek past in de ogen van de raad van bestuur aan beide problemen een mouw. De uitvoering van dat principe is bij de Science Groepen neergelegd. Dat leidt in de praktijk tot een waaier aan oplossingen en onderlinge verschillen in tempo. Waar AFSG en de Plant Sciences Group (PSG) de boel al hebben geregeld, zijn bij de Environmental Sciences Group (ESG) en de Animal Sciences Group (ASG) nog maar net de eerste stappen in de uitvoering gezet en is bij Social Sciences Group (SSG) de inkt van de eerste tekeningen nog nat.

Leo Marcelis (Radix, leerstoelhouder Tuinbouw en Product Fysiologie) zucht eens diep als hem naar de flexibele werkplek wordt gevraagd. ‘Als er één onderwerp is dat tot grote frustratie leidt, is het huisvesting. Hoeveel discussies ik daar dit jaar al niet over gevoerd heb! En allemaal in een negatieve sfeer.’ In zijn leerstoelgroep is ervoor gekozen dat vijf of zes mensen een kamer delen. ‘Daarvan kunnen er dan maximaal vier tegelijk aanwezig zijn. Dat moeten ze onderling regelen. Er zijn veel mensen die graag thuiswerken. Maar er zijn er ook die dat niet graag doen. En dan moet je toch flexwerken. Daar komt bij dat mensen die flexwerken niet fijn vinden, toch ook maar thuis gaan werken. Dit geeft veel negatieve energie. De onvrede is gigantisch.’

De onvrede is gigantisch

Leo Marcelis (Radix, leerstoelhouder Tuinbouw en Product Fysiologie)

En toch gloort er iets van hoop. De petitie van Poorter en zijn medestanders heeft ertoe geleid dat de ESG-directie op de pauzeknop heeft gedrukt. De ruimte voor studenten wordt volgens Poorter aanzienlijk teruggeschroefd en de behoeften en pijnpunten bij het personeel worden opnieuw in kaart gebracht. Een en ander moet leiden tot een aangepast plan. Poorter reageert gematigd positief. ‘De vraag is of het eindresultaat structureel beter is. Flexwerken blijft in mijn ogen een onzalig plan. De echte vraag moet niet zijn welke huisvesting economisch het meest efficiënt is, maar wat voor ons nodig is om topkwaliteit te leveren.’

Afgepakt

Ook bij (een deel van) AFSG is inmiddels een voorzichtige ommekeer gaande. ‘Laten we het niet ontkennen,’ zegt Renger Witkamp, ‘er zijn dingen niet goed gegaan.’ Hij leidt voor Humane Voeding en Gezondheid een klein team dat de onvrede inventariseert. ‘Onze mensen zijn te weinig meegenomen in het hele proces. Het gevoel overheerst dat flexibel werken van bovenaf is opgelegd, dat de medewerkers iets is afgepakt. Kamers mogen niet meer persoonlijk zijn, decoratie wordt centraal geregeld, er is een planten-beleid. Dat roept weerstand op en daar moeten we iets mee. De machine die over ons is uitgerold, moeten we stopzetten. We willen nu vanaf de basis tot oplossingen komen.’

Onze mensen zijn te weinig meegenomen in het hele proces. Het gevoel overheerst dat flexibel werken van bovenaf is opgelegd

Renger Witkamp, AFSG, Humane Voeding & Gezondheid
Een persoonlijk tintje geven aan je werkplek kan nu nog. Met flexwerken is dat verleden tijd. Foto Guy Ackermans

‘Wat me opvalt’, zegt Poorter, ‘is hoe top-down WUR dit heeft georganiseerd, met allemaal verticale lijnen en zonder communicatie over leerstoelgroepen, departementen en verschillende soorten medewerkers heen. Naar de formele inspraakstructuren is niet echt geluisterd en niemand durft op te staan, zich uit te spreken en in te grijpen. Al met al redelijk schokkend.’

Een van de opties is volgens Witkamp om medewerkers verantwoordelijk te maken voor een aantal werkplekken. ‘Dat je bijvoorbeeld twee kamers met acht werkplekken aan tien mensen toewijst die daar dan eigenaar van zijn. Je hebt dan een eigen kantoor en misschien zelfs nog wel een eigen werkplek als je daar onderling uitkomt. Ik begrijp de onvrede heel goed; dat je elkaar niet meer kunt vinden; dat je alleen nog maar op een kamer terecht kunt waar je niet wilt zitten, of bij mensen bij wie je niet wilt zitten. Sommigen hebben zich onvoldoende gerealiseerd wat het verlies van de eigen werkplek met een mens doet. Ik ben geschrokken van wat voor impact dat op sommigen heeft. Daarom gaan we een aantal dingen terugdraaien en echt anders inrichten.’

‘Investering in mijn kwaliteit’
Fred de Boer, voormalig Teacher of the Year en docent bij Wildlife Ecology and Conservation in Lumen.

‘Mijn werkplezier, mijn efficiëntie en de kwaliteit van mijn werk zullen enorm verminderen als ik studenten niet meer op mijn eigen kamer kan ontvangen. Ik houd mijn hart vast als dat gebeurt. Ik voel me hier zó op mijn gemak, kan hier zó goed werken. Kijk, hier mijn agenda. Elke dag vol overleggen met studenten en PhD’ers. Overleggen aan deze mooie tafel is mijn werk. Ik doe niet anders. Ik snap heus wel dat dit qua vierkante meters een dure plek is. Maar dat is een investering in de kwaliteit die ik lever. Mensen kloppen voortdurend op mijn deur. Die toegankelijkheid is de kwaliteit die wij als Wageningen leveren. En als ik er niet ben, kan iedereen hier gaan zitten. Dat gebeurt ook. Een eigen kamer gaat voor mij ook om waardering voor mijn werk. Deze kamer is voor mij een randvoorwaarde voor mijn werk. Ik kan niet thuis werken. In de dertig jaar dat ik dit vak uitoefen, heb ik ervaring met zowel eigen als gedeelde kamers en flexplekken. Ik weet inmiddels precies wat voor mij wel en niet werkt.’

‘Flexwerken werkt niet in academische wereld’
Marc Naguib, leerstoelhouder Gedragsecologie in Zodiac


‘Ik ken geen universiteit in de wereld waar een hoogleraar of tenure tracker geen eigen kamer heeft. Flexwerken werkt niet in een academische wereld. Ik deel dit kantoor met een collega, maar we werken hier niet tegelijk. Dat kan niet. De helft van de tijd probeer ik in de kamer van een van mijn medewerkers te zitten die thuis werkt. Ik heb veel overleggen en studenten moeten bij mij binnen kunnen lopen, ze moeten weten waar ik ben. Een vaste plek is essentieel. Flexwerken is zo ineffectief. Zonder eigen kantoor gaat de effectiviteit en kwaliteit snel naar beneden. Het werkplezier valt weg en daardoor gaan mensen juist meer thuiswerken. De hele academische sfeer van elkaar tegenkomen en het gevoel hebben dat je welkom bent, gaat zo verloren. Veel jonge medewerkers met kleine kinderen kúnnen overigens niet eens thuiswerken. Die delen dan hier een kamer en lopen met hun computer heen en weer. Iedere dag weer die vraag: waar ga ik zitten? Het zal enorm veel stress opleveren.’

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.
  1. Idd verrassend om te zien dat het beleid zo top-down opgelegd wordt. Ik heb het idee dat het probleem ook niet per se in flexwerken zit, maar wel in het opgelegd flexwerken. Een tussenoplossing waar zones/kamers voor bepaalde subgroepen zijn die dat in eigen beheer kunnen gebruiken lijkt me ideaal. Volgens mij kunnen dan veel mensen die dat willen nog met een vaste plek werken zolang ook elke “vaste plek” dan maar voorspelbaar bruikbaar is door anderen op moment dat de persoon van die plek er zelf niet zit. En zorgen dat er per afdeling een paar echte flexplekken zijn voor overloop en dat je bij uitzondering ook ergens anders een (vaste/flex)plek kan gebruiken op dagen dat de eigen ruimte overloopt. Zoiets?
    Een systeem dat beschikbaarheid van werkplekken laat zien en reserveren mogelijk maakt zou denk ik ook erg behulpzaam zijn.

  2. Misschien ook goed om te informeren bij WEcR-medewerkers die inmiddels een paar jaar ervaring hebben met het flexwerken in Atlas en Den Haag. Disclaimer: voor WU zullen er uiteraard andere eisen aan de huisvesting zijn dan voor WR. Mijn ervaring tot nu toe (en wat ik om me heen zie): veel mensen zitten, als ze op kantoor zijn, vaak in dezelfde hoek, dus dan vind je ze wel. Een eigen boekenkast of plantje/foto op het bureau wordt volgens mij door weinigen gemist. Het gegeven dat iedereen altijd overal moet kunnen gaan zitten maakt dat de bureaus en daarmee het kantoor als geheel veel netter zijn. De meeste plekken hoef je niet te reserveren: wél de vergaderzaaltjes en de focusruimtes. Dat is wel eens lastig; er lopen geregeld mensen met een laptop te speuren naar een plek om te overleggen. Nieuwe mensen zou ik aanraden om vooral níet thuis te werken, maar juist op één van de samenwerkplekken te gaan zitten. Dan hoor je hoe dingen werken en mis je de belangrijke koffiepauzes en lunchwandelingen niet. Als je me vraagt of ik toch niet liever de vaste werkplek (zoals ik die 25 jaar had ;-0) terug zou willen? Ja zeker, maar ik denk dat het niet realistisch is om nieuwe gebouwen neer te zetten als de meeste kamers de halve tijd leeg staan. Een alternatief zou kunnen zijn dat je gewoon de 2-persoonskantoren/werkplekken houdt en dat iedereen daar kan zitten (wie het eerst komt, wie het eerst maalt), maar aangezien mensen ook bij ons in Atlas vaak op dezelfde plek gaan zitten dan heb je, vermoed ik, binnen de kortste keren weer foto’s en planten op de bureau’s (en eigenaarsclaims). Als je daar goede afspraken over kunt maken, dan zou ik zeker voorstander zijn van flexibele 2-persoonswerkplekken (zonder reserveringsmogelijkheid).