Hopen op ‘Parijs-moment’ voor biodiversiteit

Wageningers gaan naar de COP15 UN Biodiversity Conference in Canada.
Een protest van inheemse volkeren in Sao Paolo, Brazilië, september 2021.

Na een teleurstellende klimaattop in Egypte is het deze maand de beurt aan de biodiversiteit. Van 7 tot en met 19 december vindt de COP-15 UN Biodiversity Conference plaats in Montreal, Canada. Resource sprak beleidsdeskundige Jelle Behagel, die in Montreal op onderzoek uitgaat.

Hij gaat er niet heen om te presenteren, maar om onderzoek te doen. Universitair hoofddocent Jelle Behagel (Bos- en Natuurbeleid) is met twee studenten naar de top in Montreal om data te verzamelen. Ze observeren en interviewen de onderhandelaars. ‘We vragen ze naar hun doelen, ambities, en de strategieën waarmee ze die doelen in de onderhandelingen willen bereiken.’

Daarnaast hoopt hij inspiratie op te doen voor een nieuwe ‘serious game’ in het vak Advanced International Environmental Politics and Diplomacy, waarvan Behagel een van de docenten is. ‘In die game spelen studenten de diplomatieke processen na,’ vertelt hij. ‘Er zijn tien rollen, tien studenten, die samen een hele dag in een lokaal onderhandelen. Dat gaat sowieso mis, maar als docent kijk ik alleen, ik grijp niet in.’

Bindend verdrag

In de echte wereld staat er meer op het spel. Op de agenda staat een Global Biodiversity Framework, het Canadese equivalent van het Parijs-akkoord over klimaatverandering. Een verdrag is er al: de Convention on Biological Diversity, ondertekend in 1992 in Rio de Janeiro. ‘Daarin staat dat landen de afname van biodiversiteit stoppen,’ aldus Behagel. Maar na 30 jaar is er niks van terechtgekomen, een papieren ambitie. ‘Ook van de twintig Aichi-biodiversiteitsdoelen uit 2011 is er geen enkele gehaald.’

De VN hoopt met deze top op een ‘Parijs-moment’, aldus Behagel, verwijzend naar het klimaatakkoord in Parijs uit 2015, een wettelijk bindend verdrag ondertekend door 196 landen om klimaatverandering te beperken tot 1,5 graad opwarming. Onderdeel van het framework en hoofddoel van de conferentie, is de missie ‘30-by-30’: 30 procent van het land- en zeeoppervlak beschermen vóór 2030. Dat akkoord komt er wel, verwacht Behagel, maar de grote vraag is hoe het doel wordt ingevuld. ‘Wie betaalt wat, wat houdt de bescherming in, en wat is de rol van inheemse groepen?’

Traditioneel zijn inheemse volkeren heel goed in het behouden van de natuurwaarden

Jelle Behagel, universitair hoofddocent Bos- en Natuurbeleid.

Inheemse gronden

Inheemse volkeren vormen 6 procent van de wereldbevolking, maar het land dat ze bewonen herbergt 80 procent van de biodiversiteit. Natuurbescherming zal samen met de inheemse volkeren moeten gebeuren. Erkenning en waarborgen van hun rechten is daarom een ander belangrijk agendapunt van de top. Behagel: ‘Als je alle inheemse gronden beschermt, heb je de 30 procent al gehaald. Maar hoe ga je dat bereiken? Traditioneel zijn inheemse volkeren heel goed in het behouden van de natuurwaarden, maar die volkeren zijn ook aan het veranderen. Wat sta je toe als overheid hoe inheemse volkeren een gebied gebruiken, en hoe help je ze om hun rentmeesterschap te behouden?’

Ook al erkent het verdrag straks de rechten van inheemse volkeren, het blijft afwachten hoe goed landen zich daaraan zullen houden. ‘Een internationaal verdrag heeft altijd weinig autoriteit, want er is geen internationale politie. Wettelijke binding is niet genoeg, het gaat om morele verantwoordelijkheid.’

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.