Achter de sternsterfte schuilt een tikkende tijdbom

Vogelgriep veroorzaakt dit broedseizoen massale sterfte onder grote sterns en andere kustvogels.
Mannen in witte pakken ruimen stern-kadavers op Uit de Texelse broedkolonie De Petten zijn al meer dan 2500 dode grote sterns afgevoerd. Foto René Pop Fotografie

Het huilen staat natuurbeschermers op de Wadden en in de Zeeuwse/Zuid-Hollandse delta momenteel nader dan het lachen: vogelgriep veroorzaakt nu ook massasterfte onder kustvogels. Van de grote stern, een Rode-Lijstsoort, zijn al complete broedkolonies weggevaagd. Epidemioloog Armin Elbers van Wageningen Bioveterinary Research schetst de – weinig rooskleurige – situatie.

Niet eerder werden kustvogelsoorten zoals grote sterns en jan-van-genten getroffen door de vogelgriep. Wijst dit op een nieuwe mutatie in het virus?
‘Er is geen specifieke mutatie bekend, maar het gastheerbereik van het virus lijkt zich wel te verbreden. De kolonies sterns en jan-van-genten die nu massaal sterven, hebben het ongeluk gehad dat zij in aanraking zijn gekomen met het nog steeds circulerende virus. Voorheen duurde het vogelgriepseizoen in Nederland van pakweg oktober tot april. Maar de afgelopen jaren loopt de circulatie van het virus langer door en raken naast standvogels ook vogels besmet die naar Nederland trekken om te broeden. Omdat deze soorten in grote groepen dicht op elkaar broeden, grijpt de infectie helaas snel om zich heen.’

Wat betekent dat voor de risico’s voor de pluimveehouderij?
‘Besmette wilde vogels dragen verder bij aan de circulatie van het virus. Daarmee blijft de situatie risicovol voor de pluimveehouderij. De ophokplicht voorkomt weliswaar direct contact tussen wilde vogels en het pluimvee, maar daarmee is een besmetting niet uitgesloten. We weten dat het virus via de buitenomgeving toch in de stal terecht kan komen, al is nog niet bekend hoe dat precies verloopt – via plaagdieren, de luchtinlaat, een onbewuste handeling van de pluimveehouder? Er lopen verschillende studies naar, alleen staan de meeste nu on hold omdat onderzoekers momenteel de stallen moeten mijden om het besmettingsrisico te minimaliseren.’

Is dit soort slachtingen onder wilde vogels te voorkomen, bijvoorbeeld door meer te vaccineren?
‘Niet of nauwelijks. In Nederland worden wilde vogels besmet door andere wilde vogels via direct contact, of indirect via opname van het virus door contaminatie van oppervlaktewater of gecontamineerde grond. Het virus ís dus al aanwezig in de wildevogelpopulatie en blijft daar waarschijnlijk circuleren, ook als al het pluimvee ter wereld gevaccineerd zou worden.’

Van besmetting van wilde vogels via pluimveebedrijven is geen sprake?
‘Nee. Nederland en de meeste delen van Europa hebben goede voorzorgsmaatregelen. De ophokplicht voorkomt direct contact tussen pluimvee en wilde vogels. Daarnaast worden eventuele infecties op een pluimveebedrijf steeds snel de kop in gedrukt, doordat alle dieren op het bedrijf worden gedood.
Besmetting van wilde vogels vindt dus vrijwel alleen plaats via andere wilde vogels. Die treffen elkaar bijvoorbeeld op de gemeenschappelijke broedgronden van Siberië. Trekvogels uit Europa komen daar in contact met besmette trekvogels uit Zuidoost-Azië en nemen het virus mee terug naar Europa.’

Valt te voorkomen dat ‘onze’ wilde vogels in groten getale sterven?
‘Heel moeilijk. De belangrijkste preventieve maatregel is pluimveebesmettingen bestrijden in bepaalde gebieden in Zuidoost-Azië, zoals China. Een groot deel van het commercieel gehouden pluimvee daar wordt daar wel gevaccineerd, maar omdat de vaccins onvoldoende beschermen zijn er nog steeds grootschalige uitbraken. Die worden niet zo grondig bestreden als hier, waardoor regelmatig spill-over plaatsvindt naar wilde vogels. De ‘levende markten’, waar pluimvee en andere handelswaar in levenden lijve van en naar de markt wordt gebracht, zorgen er ook voor dat het virus kan blijven rondgaan en nieuwe vormen kan aannemen. Vogelgriepvirussen hebben zich in Azië al een tijdje permanent in wilde vogels gevestigd. Via de gemeenschappelijke broedgronden van Aziatische en Europese trekvogels kunnen ze zich voortdurend over de hele wereld blijven verspreiden.’

Dat het maar niet lukt om de vogelgriep een halt toe te roepen, toont dat de wereld nog maar weinig geleerd heeft van de SARS- en covid-pandemieën

Die tijdbom tikt dus maar door?
‘Op dit moment is er geen uitzicht dat de situatie in Zuidoost-Azië snel zal veranderen. Dat is inderdaad zorgelijk, want net als SARS en covid is vogelgriep een zoönose die kan overgaan van dier op mens. Dat het maar niet lukt om de vogelgriep een halt toe te roepen, toont dat de wereld weinig geleerd heeft van die pandemieën. Er kan zo weer een nieuwe, gevaarlijke zoönose ontstaan. Het enige wat we hier in Nederland kunnen doen, is met bioveiligheidsmaatregelen het vogelgriepvirus buiten de deur van de pluimveehouderij proberen te houden. Gelukkig zijn we daar aardig goed in: Nederland kent tot nu toe zo’n vijftig besmette pluimveebedrijven, terwijl Frankrijk er zo’n veertienhonderd telt.’

Biedt vaccinatie soelaas voor de langere termijn?
‘Aan vaccinatie tegen vogelgriep zitten allerlei haken en ogen. In Nederland is er één geregistreerd vaccin op de markt dat gebruikt zou kunnen worden. Maar dat is gebaseerd op een laagpathogene vogelgriepstam, H5N2, die geen overeenkomst heeft met het hoogpathogene virus dat op dit moment circuleert. Deze zomer testen Wageningen Bioveterinary Research en de Universiteit Utrecht een aantal nieuw ontwikkelde vaccins. Die moeten het pluimvee beschermen tegen ziekteverschijnselen, maar belangrijker nog is dat ze verspreiding van het virus voorkomen – en dat is nog niet eenvoudig. Verder spelen handelsbeperkingen mee: gevaccineerde dieren mogen niet zomaar verkocht of geëxporteerd worden. Er zijn dus nog heel wat hobbels te nemen voordat ons pluimvee goed beschermd is. En wilde vogels kunnen we op geen enkele manier beschermen. Dat is tamelijk dramatisch, ja.’

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.