Concurrentie onder bijen

Is het tijd voor beperkingen op de imkerij?
Honingbij Beheerders vrezen concurrentie honingbij en wilde bij. Foto Shutterstock

Er is geen plek in Nederland zonder honingbijen. De nijvere insecten bestuiven gewassen en maken honing. Maar ze concurreren ook met wilde bijensoorten in de natuur, waarvan ruim de helft bedreigd wordt in hun voortbestaan. Is het tijd voor beperkingen op de imkerij?

Ruim tweeduizend bijenkasten stonden vorig jaar in en rondom natuurgebied de Biesbosch. Met 20 tot 50 duizend bijen per kast gaat het al snel om miljoenen bijen. De beheerders vrezen dat de honingbij concurreert met wilde bijen zoals de ernstig bedreigde zandhommel. EIS Kenniscentrum Insecten stelde daarom aanbevelingen op voor het plaatsen van bijenvolken in en om het gebied. Theo Zeegers, onderzoeker bij EIS: ‘Het gaat ons om het aanpakken van de excessen, grote commerciële imkers. Deze rijden met bussen vol bijenkasten het land door. De imkerij kun je zien als een vorm van veeteelt. Waarom zouden we die niet reguleren zoals andere vormen van veeteelt of veehouderij?’

De aanbeveling schrijft een maximumaantal bijenvolken per vierkante kilometer voor en een bufferzone aan de rand van natuurgebieden. Overheden kunnen dit gaan handhaven. Zo onderzoekt provincie Zuid-Holland de invoer van een vergunningplicht voor imkers.

Gebed zonder eind

David Kleijn, hoogleraar Plantenecologie en Natuurbescherming, beaamt dat de commerciële imkerij te vergelijken is met intensieve veehouderij en vindt het ook ongewenst in natuurgebieden. Maar hij is het oneens met de voorgestelde beperkingen. Kleijn: ‘Het is een gebed zonder eind. Los je het probleem op in de Biesbosch, dan krijgt een ander natuurgebied de volle lading aan honingbijen. Die houders moeten ergens naartoe met hun kasten. Ik pleit voor inclusieve oplossingen die kijken naar het grote probleem: het tekort aan bloemen buiten de natuurgebieden.’

Imkers en natuurbeschermers moeten samenwerken om te zorgen voor voldoende voedsel voor alle bijen, zowel wilde als honingbijen, gedurende het hele jaar, aldus Kleijn. Dat kan vooral door het bloemaanbod in boerenland en openbare ruimte te vergroten. Voor honingbijen is dat vrij makkelijk omdat ze de voorkeur geven aan massaal bloeiende soorten. Kleijn: ‘Een hectare bloeiend koolzaad vindt de honingbij geweldig. Als je zo’n gewas zet in de periode vlak voordat bijenvolken de winter in gaan, dan bedien je specifiek de honingbij. Daarmee trek je ze uit de gebieden waar wilde bijen hun laatste nesten proberen te vullen.’

Bloemenmengsels

Er zijn al boeren die akkerranden inzaaien met bloemenmengsels voor bijen en andere bestuivers. Theo Zeegers van EIS is daarover cynisch: ‘Het is weggegooid geld. Er zitten veel exotische planten in. Voor de honingbij is dat misschien prima, maar wilde bijen kunnen daar niets mee.’ David Kleijn denkt ook dat deze bonte “carnavalsmengsels” weinig wilde bijen helpen, maar ziet wel pluspunten: ‘Dit soort maatregelen zijn prima in te zetten voor de honingbij op het boerenland, ze moeten alleen niet ten koste gaan van maatregelen voor wilde bijen.’

Als je imkerij tot veeteelt rekent, is het boerenland een logische bestemming. Maar wie betaalt de rekening voor het inzaaien van die bloemenakkers? Voor Kleijn is dat duidelijk: ‘De imkers verdienen geld aan de winning van honing en de bestuiving van het gewas. Het is logisch als zij de rekening gaan betalen.’

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.