The facts (herzien): Veehouders zorgen (niet) voor ontbossing in Brazilië

Het Wereldnatuurfonds noemt Nederland een koploper in ontbossing. Resource checkt The Facts.
Icoon van een loep

Resource publiceerde 23 april op deze plek een factcheck die fouten bleek te bevatten. Verschillende lezers en het Wereldnatuurfonds (WWF) attendeerden ons daarop op Twitter en per mail. Op basis daarvan is de factcheck aangepast. Deze herziene versie staat hieronder en vervangt de vorige versie.

De voornaamste aanpassingen betreffen de eerdere opmerking over Nevedi dat alle geïmporteerde soja voor veevoer voldoet aan strenge duurzaamheidscriteria. Dat blijkt onjuist. Bovendien gaan de cijfers niet alleen over soja voor veevoer, maar ook over palmolie, koffie, vlees, etc.

Hieronder volgt de herziene factcheck.

Nederlandse boeren zijn verantwoordelijk voor grootschalige ontbossing in de wereld, aldus de Volkskrant op 14 april naar aanleiding van een rapport van het Wereldnatuurfonds (WWF). In de rubriek Facts checken we of dat klopt.

De kwestie
Aanleiding voor het Volkskrant-artikel was een rapport van het Wereldnatuurfonds. ‘Uit het rapport blijkt dat Nederland een van de grootste Europese importeurs van soja is. De Nederlandse boeren gebruiken soja als veevoer, dat uiteindelijk weer geëxporteerd wordt als vlees. Nederland zou, mede hierdoor, verantwoordelijk zijn voor het kappen van bijna 30 duizend hectare oerwoud en andere natuur per jaar.’

Drie maanden geleden kwam WWF ook met een rapport over ontbossing naar buiten. Ook toen legden het WWF-persbericht en verschillende media een verband tussen ontbossing en gebruik van soja-veevoer in Nederland. WUR-onderzoeker Niki De Sy, die informatie aanleverde aan het WWF-rapport, noemde die analyse toen ‘terecht maar eenzijdig’. 

De feiten
Ten eerste: het Wereldnatuurfonds (WWF) presenteerde ontbossingscijfers tussen 2005 en 2017. In die periode werd elk jaar zo’n 5 miljoen hectare natuur omgezet in landbouwgebied. Waardoor ontstaat deze ontbossing volgens het rapport? Ongeveer een derde deel van de natuur wordt omgezet in sojateelt ten behoeve van veevoer, twee derde deel wordt omgezet in andere landbouwproducten, zoals palmolie, koffie, cacao en weidegrond voor runderen.

Ten tweede: Nederland – de Rotterdamse haven – importeert zo’n 8 miljoen ton soja per jaar. Zes miljoen ton daarvan wordt doorgevoerd naar andere landen, twee miljoen ton is bestemd voor de Nederlandse veehouderij. WWF rekent met die 2 miljoen ton veevoer. Ongeveer een derde deel daarvan betreft veevoer voor melk, yoghurt en vlees die in Nederlandse winkels worden afgezet; de andere twee-derde betreft export. Volgens WWF leidt de totale Nederlandse import van landbouwproducten tot 30.000 hectare ontbossing per jaar. Daarvan neemt soja (zie ten eerste) 10.000 hectare voor zijn rekening.

Ten derde: Nederland importeert ook duurzaam veevoer. Volgens de Nederlandse diervoedersector, verenigd in Nevedi, voldoet alle soja die in Nederland voor diervoeders wordt gebruikt, aan strenge duurzaamheidscriteria. Dat is maar ten dele waar. Zo’n zestig procent van het veevoer voldoet aan de duurzaamheidscriteria van de Round Table on Responsible Soy (RTRS). Zo’n veertig procent voldoet aan de EU Soy Sourcing Guidelines van de Europese veevoedingsorganisatie FEFAC. Deze laatste richtlijnen zijn minder streng, telers moeten aan de wet voldoen – geen illegale ontbossing – maar FEFAC accepteert wel legale ontbossing. Zestig procent van de soja-import in Nederland is dus duurzaam, 40 procent is wellicht verbonden met ontbossing.

Wat maakt de relatie tussen ontbossing en (duurzame) soja-import voor veevoer in Nederland zo onduidelijk en complex? RTRS deelt certificaten uit aan sojaboeren die de soja volgens duurzaamheidscriteria telen. Nederlandse veevoerbedrijven kopen dat certificaat. Daarmee belonen ze de duurzame Braziliaanse boer, maar het staat los van de verhandelde soja. Als een schip met soja aanlegt in de Rotterdamse haven, kan die soja in fysieke zin overal vandaan komen – ook uit pas ontbost gebied. Dat geldt ook voor de soja onder FEFAC-vlag. Dat zijn boekhoudsystemen.

Wat het Wereldnatuurfonds met zijn rapport graag wil bereiken is dat alle veevoer-import aan de strengere RTRS-regels voldoet. Bovendien wil ze de boekhoudsystemen RTRS en FEFAC vervangen door regels die het fysieke verkeer van de soja vanuit Brazilië naar de veevoersilo’s in Nederland volgen. Dan weet je zeker dat de veevoer-import niet leidt tot ontbossing. Dat raakt de Nederlandse veevoersector, want dan moeten ze zeker weten (tracking & tracing) waar hun soja vandaan komt.

Conclusies
De ontbossing in de wereld blijft schrikbarend hoog. De EU kan daar wat aan doen door alle soja-import duurzaam te maken. Maar je kunt op basis van dit rapport niet zeggen dat de Nederlandse veehouders bijdragen aan grootschalige ontbossing.

Lees ook:

Je moet inloggen om een comment te plaatsen.