Kiezelwieren verklikken herkomst water

Uit kiezelwieren in rivierwater kun je aflezen waar het water vandaan komt.
Foto: Shutterstock

Aan water stroomafwaarts in een rivier kun je niet zien waar het vandaan komt. Dat is lastig als je de hydrologie van een stroomgebied in kaart wilt brengen. Waar komt al het water precies vandaan? Waar kun je het beste ingrijpen als je de stroming wilt beheren? Verklikkertjes in het water zouden handig zijn. Bodemdiatomeeën (kiezelwieren die leven op bodems) kunnen die rol vervullen.

Attert

Dat blijkt uit de studie aan diatomeeën door de Belg Jasper Foets. Hij promoveerde op onderzoek naar de relatie tussen bodemdiatomeeën in monsters van rivierwater en de herkomst van het water dat die eencellige organismen heeft meegevoerd. Als studiegebied fungeerde het stroomgebied van de Attert in het zuiden van België tegen de grens met Luxemburg.

Diatomeeën zijn eencellige algen die je met het blote oog niet ziet. De beestjes hebben een hard skelet van kiezel, vandaar de naam kiezelwier. De geometrische patronen op dit skelet, die een elektronenmicroscoop zichtbaar maakt, zijn ware kunstwerkjes. Er zijn op dit moment ruim 64.000 soorten bekend, maar er zijn er nog veel meer.

Diversiteit

Elke bodem heeft zijn eigen gemeenschap aan diatomeeën. Die diversiteit maakt het mogelijk om ze in het stroomgebied van een rivier als verklikkers te gebruiken. Afvoerwater van bodems neemt diatomeeën mee. Analyse van aangetroffen diatomeeen in een watermonster verderop in de stroom zegt daardoor iets over de herkomst van het water.

Foets onderzocht honderden bodemmonsters van het stroomgebied van de Attert onder de microscoop om de kenmerkende gemeenschappen kiezelwieren in kaart te brengen. Een monnikenwerk. ‘Van sommige stalen heb ik er soms maar twee op een dag kunnen doen. Er zijn zo’n 200 soorten die frequent voorkomen. Daar zitten algemene soorten bij, maar ik moest ook regelmatig determinatieboeken raadplegen.’

Diatomeeën doen aan fotosynthese en hebben dus licht nodig. Door ploegen sterft de bestaande gemeenschap en het kost tijd om die te herstellen

Jasper Foets, ecohydroloog

Met resultaat. Foets vond goede indicatorsoorten voor de zuurgraad en het landgebruik van de herkomstplek. ‘En ook voor het vochtgehalte: bepaalde soorten hebben een voorkeur voor natte of juist droge bodems. Bovendien: hoe natter de bodem, hoe meer diatomeeën.’ Ook toonde hij aan dat landbewerking flinke gevolgen heeft voor de gemeenschap aan diatomeeën.

Ploegen

‘Met ploegen haal je de hele bodem overhoop’, legt Foets uit. ‘Diatomeeën doen aan fotosynthese en hebben dus licht nodig. Door ploegen sterft de bestaande gemeenschap en het kost tijd om die te herstellen.’ Ook begrazing door koeien leidt tot aanzienlijke verandering in de kiezelwiergemeenschap. Dat maakt al met al tracering in verstoorde landschappen lastig.

Tracering van water met diatomeeën is nog ver verwijderd van een toepassing. Daarvoor is de methode nog te bewerkelijk en dus te duur. Maar dat kan veranderen. Foets: ‘Mijn copromotor Carlos Wetzel van het Luxembourg Institute of Science and Technology (LIST) is bezig met dna-barcoding de soortensamenstelling te bepalen. Het zal op termijn dus allemaal een stuk gemakkelijker en sneller gaan.’

Lees ook:

Je moet inloggen om een comment te plaatsen.