Vijftig keer Pyreneeën

Legendarische Wageningse excursie: van avontuur tot project.
Foto Nina Fatouros

Tijdens de Pyreneeën-excursie nemen biologiestudenten een diepe duik in de biodiversiteit van het gebergte. Dit jaar is de vijftigste editie van de excursie die in 1972 voor het eerst werd gedaan. Roel Lemmens was er misschien wel het vaakst bij: in 1979 voor het eerst als student en daarna nog ontelbare keren als begeleider en docent. Met Resource duikt hij terug in de tijd.

Het was voor hem één van de redenen om in Wageningen te gaan studeren: de Pyreneeën-excursie. En ondanks zijn pensioen weet botanicus Roel Lemmens (68) van geen ophouden: ook dit jaar is hij weer van de partij. ‘De nieuwe lichting begeleiders is inmiddels behoorlijk ervaren: ze kennen de plekken goed en weten waar je moet zijn. Mijn rol is vooral om in noodsituaties, bijvoorbeeld als op een excursieplek plotseling een heleboel is veranderd, een plan B te bedenken. Maar eigenlijk kunnen ze het ondertussen prima zonder mij.’

De Pyreneeën-veteraan zag de excursie door de jaren heen veranderen. ‘In 1970—1971 ging de studie Biologie van start aan wat toen de Landbouwhogeschool heette’, vertelt Lemmens. ‘De excursie was een tweedejaars vak en vond in 1972 voor het eerst plaats. Het is bedacht door hoogleraar Plantensystematiek en Geografie Hendrik C. D. de Wit en zijn kennis André Baudière, een gerespecteerd botanicus aan de universiteit van Toulouse, die de flora van de Pyreneeën op zijn duimpje kende.’ Er zat een filosofie achter hun idee voor deze cursus, vertelt Lemmens. ‘In deze regio in de Pyreneeën heb je op korte afstand het hele scala aan plant- en diergemeenschappen van de kust tot het hooggebergte. In minder dan honderd kilometer afstand ga je van zeeniveau naar 2600 meter hoog de bergen in. Je vindt er mediterrane levensgemeenschappen, alpine levensgemeenschappen en alles wat daartussen zit. Voor biodiversiteit zijn de Pyreneeën echt top.’ Vanaf de tweede editie in 1973 sloot entomoloog en oeverwantsenexpert René Cobben aan, die aan de basis stond van het fauna-gedeelte van het vak.

Sangria-feestjes

Wat herinnert Lemmens zich nog van de begintijd? ‘Ik ging mee als student in 1979, echt nog in de tijd van Baudière. Het ging net als nu over flora en fauna, maar het was ook een kennismaking met de Franse cultuur. Er werd altijd wel een wijnproeverijtje georganiseerd. Baudière kende een baron die op een helling in een dal tegen de Spaanse grens aan woonde; die organiseerde dan een Sangria-feestje voor ons. Ook werden we uitgenodigd door de burgemeester in het plaatsje waar we logeerden om een wijntje te komen drinken. Hij leerde ons hoe je een forel op de juiste manier fileert zodat je niet in al te veel graten hapt tijdens het eten.’

Van een strak programma was nog geen sprake in de tijd van Baudière. ‘Die zei gewoon bij het ontbijt: het is mooi weer, dus gaan we híer naartoe. De volgende dag was het bewolkt, dan moesten we dáár naartoe.’ De excursie was een stuk avontuurlijker dan tegenwoordig, vertelt Lemmens. ‘Voor veel studenten was het de eerste keer in de bergen en een eerste ontmoeting met veel plant- en diersoorten. Tegenwoordig hebben studenten al meer van de wereld gezien, waardoor het avontuurlijke er wel een beetje vanaf is.’

Onderzoeksproject

Tegenwoordig ziet de cursus er heel anders uit, vertelt Lemmens. ‘Vroeger liepen studenten braaf achter een begeleider aan die namen spuide van planten die hij tegenkwam. Tegenwoordig doen ze zelf onderzoek voor hun eigen project. Een enorme verbetering.’

Hoe ziet zo’n project eruit? ‘Er zijn bijvoorbeeld studenten die een noordhelling vergelijken met een zuidhelling’, vertelt Lemmens. ‘Dan kijken ze wat voor organismen ze daar tegenkomen en hoe dat verschilt per helling. Vervolgens moeten ze verklaren waardoor die verschillen zijn ontstaan. In dit voorbeeld kun je beargumenteren dat de sneeuw in het voorjaar eerder wegsmelt op de zuidhelling omdat de zon er eerder op staat. Als gevolg daarvan hebben de vegetatie en dieren daar veel meer last van de strenge vorst die je soms ’s nachts nog hebt. Op de noordhelling, waar langer sneeuw ligt, kunnen planten en dieren beter overleven omdat de sneeuw een isolerend effect heeft. Daardoor zie je zowel bij planten en dieren boven de grond als bij aaltjes, nematoden en schimmels onder de grond, verschillen.’ Na thuiskomst in Wageningen duiken studenten nog een week het lab in voor hun project om middels DNA-onderzoek aaltjes en insecten te identificeren.

Ook de beoordeling van studenten is professioneler geworden. ‘Vroeger gingen we met de hele groep bij elkaar zitten met een glaasje wijn en bespraken we met z’n allen wie welk cijfer moest krijgen.’ Tegenwoordig worden studenten beoordeeld op hun inbreng, hun eigen projecten en hoe goed ze insecten en planten kunnen determineren. ‘Bij het tentamen krijgen ze open vragen over allerlei ecologische aspecten’, vertelt Lemmens. ‘Je moet bijvoorbeeld kunnen beredeneren waarom een bepaald insect wel op de ene plek leeft en niet op de andere.’

Foto’s Theodoor Heijerman

Feitjes
1. Het vak dat ooit begon als Flora en Fauna van Europa heet inmiddels Webs of Terrestrial Diversity en wordt gecoördineerd door Casper Quist en Nina Fatouros van de Biosystematics-groep.
2. Tijdens de excursie ontwikkelen studenten determinatie-skills en microscoop- en DNA-technieken om die vervolgens in te zetten voor ecologische vraagstukken.
3. Sinds 2014, toen de vakgroep Nematologie onderdeel werd van het vak, kijken studenten naast flora en fauna ook naar de ondergrondse biodiversiteit.
4. Vanwege corona ging de excursie in 2020 niet door en werd in 2021 een alternatief programma in Zuid-Limburg georganiseerd. In 2022 mochten studenten die de excursie hadden gemist, alsnog mee.
5. De Pyreneeën-excursie wordt steevast bijzonder goed gewaardeerd door studenten en was ook dit jaar weer genomineerd voor een Excellent Education Prize.

Genieten geblazen
Biologiestudent Leonie Postema (20) over de huidige Pyreneeën-excursie:
‘De eerste week zaten we aan de kust bij Tuchan. Inmiddels zijn we bij Bolquère aangekomen, onze tweede locatie, die hoger in de bergen ligt. Het eten is hier wat minder, maar er is onbeperkt wijn. Sommige mensen moeten daar wel een beetje aan wennen. Aan de andere kant: met een beetje uitwaaien op de berg is de brakheid zo weer weg.’
‘De middag na de verhuizing naar Bolquère waren we vrij. Ik ben de omgeving gaan verkennen en mijn hoofd ging direct in biologenstand: voor ik het wist was ik planten aan het determineren.’
‘Vandaag zijn we op de mooiste locatie geweest tot nu toe, in een prachtige vallei. Ik liep wat sneller dan anderen en kon daarom vaak pauzeren om op de rest te wachten. Dan kijken je om je heen en is het genieten geblazen. Want ondanks dat we eigenlijk constant bezig zijn, is het hier zo mooi dat het haast onmogelijk is om niet te genieten.’ Lees haar hele verhaal hier.

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.