Pensionado’s maken lowtech groentekas voor Nepal

De kas is gemaakt van bamboe, afgestemd op het klimaat van Nepal.
Foto Albert Sikkema

Gerard Bot en Martien Beek, beiden 76 jaar, hebben een bamboe-kas gebouwd op de Wageningse campus. De gewezen WUR-medewerkers – Bot is als emeritus Technische Natuurkunde expert op gebied van kasklimaat, Beek expert plantenveredeling en gewasbescherming– willen een geschikte tuinbouwkas voor Nepal ontwikkelen. Door de coronacrisis kan het prototype niet in Nepal gebouwd worden, dus dan maar in Wageningen.

Martien Beek adviseert al sinds 2014 hoe tuinders in Nepal hun productie kunnen verbeteren. Eerst koppelde hij het Nepalese bedrijf N-Agro aan het Nederlandse bedrijf Enza Zaden, zodat de tuinders toegang hebben tot betere groentezaden. Daarna kaartte hij het hoge pesticidegebruik aan en de introductie van Integrated Pest Management (biologische plaagbestrijding). Maar toen Beek en Bot in 2019 een tweeweekse tuinbouwcursus verzorgden in Nepal, stuitten zij op een derde probleem. De plastic tuinbouwkassen uit India die veel Nepalese tuinders hadden gebouwd, werden te heet. Het kasklimaat was niet onder controle.

Wind

‘De Indiase kassen, overigens ook de Nederlandse, maken gebruik van windgedreven ventilatie’, doceert Bot. ‘Maar in Nepal waait het over het algemeen weinig, dus dat type ventilatie werkt daar niet. In dat klimaat moet je de kas bouwen als een schoorsteen, zodat koele buitenlucht er via de zijgevel in en de warme kaslucht er via het dak uit kan. Daar hadden we ervaring mee opgedaan in de WUR-groep Glastuinbouw in Indonesië en Thailand.’ Ander punt: voor de kasconstructie wilden ze bamboe gebruiken, het goedkoopste bouwmateriaal in Nepal. Zo maakten ze een schets van een tuinbouwkas van 30 meter lang, 8 meter breed en 6 meter hoog.

Bamboe

Het ontwerp werd daarna gemaakt door twee studenten van de TU Eindhoven. Zij bepaalden welke bamboe sterk genoeg is, wat de beste verbindingen tussen de bamboepalen zijn, hoe de kas moet worden gefundeerd en hoe het tuinbouwplastic en ventilatiedoek om de palen moeten worden gespannen.

Zo ontstond het prototype waar Beek (links) en Bot (rechts) nu voor staan, maar niet nadat de WUR-afdeling Glastuinbouw had doorgerekend of hun bamboekas voldoende ventileert. Antwoord: ja. Ook becijferde WUR de potentiële productie van tomaat en paprika in deze bamboekas. Beek: ‘De Nepalese tuinders halen nu 5 kilo tomaat per vierkante meter uit hun kassen. Deze kas kan in theorie 35 kilo halen, maar wij zijn al blij met 20 kilo tomaat – zonder gebruik van pesticiden.’

Constructie

Het prototype dat nu op de campus is verrezen, gaat die productie niet halen. De kas is maar 4 meter breed en 3 meter hoog en daarmee maar 50 procent van de beoogde kas. Er komen geen tomatenplanten in, maar dient om het ontwerp en de constructie te testen. Bot: ‘We kijken of-ie stuk gaat. We hopen op een flinke storm, zoals het ook in Nepal in de regentijd soms tekeer kan gaan.’ De echte kas moet volgend jaar in de vallei bij de Nepalese hoofdstad Kathmandu komen, waar hij met behulp van lokale experts kan worden verbeterd.

De kas heeft de pensionado’s vele uren gekost en circa 3000 euro aan materiaal. Maar dat bedrag hebben ze vergoed gekregen van WUR. Ze zijn vol lof over de ondersteuning door Unifarm. Verder hebben veel bedrijven iets bijgedragen om zodoende betrokken te blijven bij de ontwikkeling van de bamboekas. Zo kijkt Koppert naar de toepassing van biologische plaagbestrijding, zijn het tuinbouwplastic en insectengaas gedoneerd door de leveranciers Hyplast en Ludwig Svensson en kijken ontwikkelingsorganisatie Agriterra en de Nepalese overheid mee hoe deze kas de voedselvoorziening in Nepal kan verbeteren.

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.