Van Twee Kanten: Landbouwbeleid

Kaders of creatieve oplossingen?
Edo Gies & Gerard Migchels. Foto: Guy Ackermans

De linkse en rechtse partijen in de Tweede Kamer staan diametraal tegenover elkaar op landbouwgebied, bleek tijdens het mede door WUR georganiseerde landbouwdebat. Links kiest voor natuur- en klimaatdoelen; rechts kiest voor de boeren, economie, exportpositie en ondernemerschap.

Moeten we kiezen tussen natuur en economie? Of zijn die doelen bijeen te brengen in een gezamenlijke visie? Een twistgesprek tussen Gerard Migchels, kandidaat-Kamerlid voor het CDA, en Edo Gies, aanhanger van D66. Gies werkt bij Wageningen Environmental Research en wil de veestapel halveren, Migchels werkt bij Wageningen Livestock Research en wil een duurzame landbouw met de huidige veestapel.

Edo Gies. Foto: Guy Ackermans

Gies: ‘Ik wil de leefomgeving centraal stellen. De landbouw moet opereren binnen de kaders voor klimaat, stikstofemissies en de versterking van de biodiversiteit. Dat betekent een landbouwtransitie waarbij de landbouw extensiveert, techniek en innovatie worden ingezet om de landbouw te verduurzamen en een krimp van de veestapel. Halvering van de veestapel, zoals D66 voorstelt, is de olifant in de kamer waar rechtse politici het maar niet over willen hebben. Maar een duurzame landbouw red je niet alleen met techniek.’

Migchels: ‘In mijn toekomstperspectief speelt rentmeesterschap een belangrijke rol. We moeten de aarde netjes doorgeven aan de volgende generatie, met aandacht voor people, planet and profit, dus binnen de ecologische grenzen. In de afgelopen dertig jaar is de ammoniakuitstoot al met 64 procent gedaald, in de komende 15 jaar moet de uitstoot nog eens halveren. Dat kan met technische innovaties. Als we stapsgewijs stoppen met het gebruik van kunstmest en al de beschikbare dierlijke mest zorgvuldig verwerken en aanwenden, kunnen we binnen de grenzen van de ecologie boeren met behoud van de huidige veestapel. Ik wil creatieve oplossingen zoeken binnen de ecologische kaders, ik ben een ecomodernist.’

Gies: ‘Ik weet niet waar je dat optimisme op baseert, want de afgelopen tien jaar zijn de ammoniakemissies niet gedaald, terwijl er toen ook innovaties en maatregelen waren. Toen het melkquotum verdween, zag je gelijk een groei van de veestapel. De landbouwsector zoekt steeds de grenzen van de ecologie op. Nu begrenzen we de landbouw met fosfaatrechten, maar we halen de doelen voor schone lucht en water niet. We moeten de emissieplafonds voor fosfaat en stikstof omlaag brengen, zodat de vervuiling van de leefomgeving ophoudt.’

Halvering van de veestapel is de olifant in de kamer waar rechtse politici het niet over willen hebben

Edo Gies

Migchels: ‘Op het gebied van fosfaat zitten we al bijna op evenwichtsbemesting: de plant neemt op wat we toevoegen. Op het gebied van stikstof moeten we de emissies halveren volgens de ecologen. Ik denk dat dat kan door boeren die dat doel halen, te belonen. Op die manier creëer je een leeromgeving onder boeren. Bovendien is dit veel beter en goedkoper dan hier en daar boerenbedrijven opkopen. Ik wil boeren aanspreken op hun vakmanschap. Bovendien wil ik de veehouderij groot houden, omdat dat een voorwaarde is voor innovatie en werkgelegenheid.’

Gies: ‘Je kunt toch ook nieuwe technologie ontwikkelen met een kleinere veestapel?

Gerard Migchels. Foto: Guy Ackermans

Migchels: ‘Als ik aan melkveehouders voorstel om alleen nog melkvee te houden op plekken waar je geen voedsel kunt verbouwen, zoals hoogleraar Dierlijke Productiesystemen Imke de Boer voorstelt [in haar voorstel voor een nieuw voedselsysteem dat ze schreef voor de Rockefeller Foundation, red.] dan zeggen ze: dan kan ik beter stoppen. Nee, ze kunnen op een nieuwe manier terug naar een gemengd bedrijf. In plaats van mais kunnen ze bijvoorbeeld groenten en aardappelen verbouwen en ze kunnen van 120 koeien terug naar 60 koeien. Dat kan niet zomaar, want ze hebben stallen die nog niet zijn afgeschreven en een schuld bij de bank. Ze hebben tijd nodig voor deze transitie, dat kost al gauw een generatie.’

Gies: ‘Ja, we hebben tijd nodig voor deze transitie en daarom moeten we er nu aan beginnen en alle instrumenten inzetten. Dus naast technologie en innovatie ook de veestapel inkrimpen. Dat kan de overheid subtiel doen, door bijvoorbeeld dierrechten af te romen als bedrijven stoppen. Als de veestapel met 20 procent krimpt, kunnen we al meer ontspannen met de natuur- en milieudoelen omgaan. Ik wil duidelijke kaders van de overheid, zodat we kunnen borgen dat we de doelen tijdig halen.’

Migchels: ‘Over die borging maak ik me totaal geen zorgen, want er is sensortechnologie in ontwikkeling waarmee we de verduurzaming van de veehouderij kunnen volgen. In het Netwerk Praktijkbedrijven werken we aan continue ammoniak- en methaanmetingen in de stal, die we kunnen koppelen aan het bedrijfsmanagement. Over vijf jaar hebben we een IT-systeem waarmee we milieudiensten van boeren nauwkeurig kunnen registreren en belonen.’

Ik wil creatieve oplossingen zoeken binnen de ecologische kaders, ik ben een ecomodernist

Gerard Migchels

Gies: ‘Dat laat onverlet dat we heldere grenzen aan de landbouw moeten stellen, grenzen waarbinnen de boeren kunnen opereren. Ik denk dat de commissie-Remkes duidelijke kaders heeft gesteld voor de veehouderij, maar die kaders zijn wel scherper dan het huidige regeringsbeleid.’

Migchels: ‘Ik hoop op een uitvoering van de stikstofwet waarbij de provincies de doelen mogen vaststellen. Per provincie kunnen de boeren, natuurbeheerders en burgers dan vervolgens samen gaan vaststellen hoe ze de ammoniakuitstoot in bijvoorbeeld de Achterhoek en de Veenkoloniën terugbrengen. Dus samen een plan maken, in plaats van dat burgers en boeren tegenover elkaar staan. Op die manier kunnen we invulling geven aan people, planet and profit.’  

Lees ook:

Je moet inloggen om een comment te plaatsen.