De praktische uitwerking van een romantisch verlangen

WUR-docent Koen Arts en zijn vrouw sliepen een jaar lang buiten.
‘Comfort leidt uiteindelijk tot sleur, luiheid en saaiheid.’ Foto Otto Kalkhoven

Om hun band met de natuur aan te halen, sliepen docent Bos- en Natuurbeheer Koen Arts en zijn vrouw Gina een jaar lang buiten in een tipi. In het boek Wild Jaar beschrijft hij het experiment.

Het was voor Koen Arts, opgroeiend op het Brabantse platteland, al heel vroeg duidelijk dat hij later ‘iets met bos en natuur’ wilde doen. Eigenlijk wilde hij boswachter worden. Het werd een studie Bos- en Natuurbeheer in Wageningen. Sinds 2015 werkt hij er ook. Maar gaandeweg zijn loopbaan werd de band met de natuur steeds losser. Die constatering leidde tot een rigoureus medicijn: een wild jaar. Een jaar lang buiten slapen en minimaal de helft van de tijd buiten doorbrengen.

Was Wild Jaar niet bovenal een poging om weer dat jongetje te worden dat graag boswachter wilde worden?‘Dat denk ik wel. Er ligt een sterk romantisch verlangen ten grondslag aan natuurbeleving. Daar kunnen we ons niet aan onttrekken. Bij mij wordt dat verlangen gevoed als ik veel binnen ben. Ik zit 95 procent van mijn werktijd achter mijn laptop. Veel van onze studenten hebben het vuur in zich om de natuur te beschermen, het verlangen om iets goeds te doen voor de wereld. Zo ben ik ook begonnen. En ondertussen stond ik alleen maar te praten over natuur. Dat was een belangrijke motivatie voor het experiment.’

Jij definieert wildheid als het oncontroleerbare. Was Wild Jaar wel zo wild?
‘In veel opzichten wel. Door buiten te slapen daag je je grenzen uit. Neem de kou: kou kleurt de natuurbeleving. Op het moment dat je het koud hebt, kun je niet meer genieten. Je bent alleen maar bezig met je lichaam. Als je veel tijd buiten doorbrengt, word je geconfronteerd met de beperkingen van je eigen lichaam. Het eerste wat je nodig hebt is warmte. En dus vuur.’

Heb je het vuur herontdekt?
‘Ja. Bij natuur denken we aan biodiversiteit, bomen en bos. Maar vuur is ook natuur. Vuur is essentieel. Als je buiten leeft, ben je heel veel tijd met vuur bezig. Hout verzamelen, splijten, veerstokjes maken. Vuur structureert je avond. Vuur verandert bovendien een donkere en koude plek in een thuis. Het zorgt voor een psychologische impuls. Je wordt er warm van, voelt je er veilig door. Je kijkt er ook voortdurend naar. Met een vuurtje heb je geen Netflix nodig.’

Voor die wildheid hoef je toch niet de natuur in?
‘Nee, dat kan ook in de eigen achtertuin. Daar hoor je ’s nachts ook een uil, vliegen scholeksters over of komen kikkers op je pad. Dat is de hoopvolle boodschap van dit experiment. Dit kun je overal doen. Ook in de stad, door bijvoorbeeld op je balkon te slapen, of de ramen wagenwijd open te zetten. Het experiment was ook bedoeld om wildheid te vinden in een land zonder wildernis. Hoe zoek je dat op? Aan welke knoppen moet je dan draaien? We zijn juist daarom niet alleen op de Veluwe gaan staan, maar ook in achtertuinen en allerlei interessante, hybride plekken waar natuur en cultuur bij elkaar komen.’

‘Vuur verandert een donkere en koude plek in een thuis.’ Foto Otto Kalkhoven

Jij oppert in het boek de strikte scheiding tussen cultuur en natuur op te heffen. Wat bedoel je daarmee?
‘Die scheiding loopt door de hele geschiedenis van de natuurbescherming heen. Natuur versus cultuur klinkt onschuldig, maar dat is het niet. Het is eigenlijk een heel bloedige scheiding. De oprichting van de eerste nationale parken in Amerika in de 18de eeuw ging ten koste van de inheemse gemeenschappen. Duizenden mensen werden de parken uitgezet, omdat de opvatting was dat natuur leeg moest zijn.

Natuur versus cultuur klinkt onschuldig, maar dat is het niet

Dat dualisme is er nog steeds. Zolang de natuur iets abstracts en romantisch blijft, kan het nooit onderdeel worden van het dagelijks leven. Onze verbinding met de natuur is daardoor niet zo sterk als die zou kunnen zijn. En dat komt weer terug in problematische zaken als onze ecologische voetafdruk. Concreet: het stoken van een houtkachel is gekoppeld aan een natuurbeleving, het regelen van je thermostaat niet.’

Zijn wij te verslaafd aan comfort?
‘Ja, dat denk ik wel. Comfort is heel erg aantrekkelijk. Er zijn veel goede argumenten voor comfort, maar het leidt uiteindelijk tot sleur, luiheid en saaiheid. Comfort verkleint je wereld en ik denk dat je altijd moet proberen je wereld te vergroten. Dat is niet altijd makkelijk. Een nachtje buiten slapen in de winter is koud. Maar het is net als in koud water springen: als je eenmaal gewend bent en er weer uit komt, voel je je heel blij en goed.’

Is buiten zijn ook verslavend?
‘Zeker. Gina en ik proberen nog steeds veel buiten te zijn. Niet omdat het moet, maar omdat we het graag willen. Nu, met een pasgeboren baby erbij, is het een tijdje wat moeilijker om naar buiten te gaan. Maar dat verandert weer snel. Kinderen hebben een ingeboren fascinatie voor de natuur. Ze geven er ook weer een hele nieuwe dimensie aan.

Als mijn tweejarige dochter eikels ziet liggen, gaat ze die rapen. Dus gaan we samen eikels rapen. Daardoor kijk ik ook weer heel anders naar eikels. Natuurbeleving hangt sterk samen met de leeftijd, de levensfase waarin je je bevindt en hoe je in je vel zit. Voor een klein kind kan een park een sfeer vol wildheid zijn, voor een ander is het een plek om de hond uit te laten.’

Wat is de belangrijkste les die je trekt uit jouw buitenjaar?
‘Ook met een drukke baan en veel verplichtingen, in een land met 17 miljoen mensen en zonder wildernis, kun je echt verbinding maken met de natuur. Er is van alles mogelijk, ook in tijden van lockdown. De natuur hoeft geen decor te zijn, waar je met de handen in de zakken naar kijkt. Dat is onbevredigend. Doe iets. Volg een spoor, pluk een paddenstoel of maak een vuur. Trek een raam open en bekijk de vogels die voorbij komen. Wat ruik je? Wat hoor je? Die zintuiglijke beleving van de natuur is belangrijk.’

Nieuw vak
Studenten kunnen mogelijk binnenkort ook ‘wild gaan’ met Koen Arts. Hij is bezig het vak Anthropology of Basic Nature Skills, combining theory and practice op te zetten. ‘Het idee is studenten mee het bos in te nemen en op basis van de praktijk te reflecteren op de antropologische betekenis van vuur, buiten slapen en andere natuurvaardigheden. Ik wil daarmee de koppeling leggen naar het transformatieve leren. Ik denk dat dat de komende tien jaar veel belangrijker gaat worden. Die kruisbestuiving tussen omgeving en leren werkte bij ons heel goed. Buiten zijn maakte mij creatiever en productiever. Het is interessant om daar onderzoek naar te doen. Zijn studenten ook productiever als ze buiten leren? Maken ze zich de stof dan beter eigen?

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.