Wetenschapsvoorlichter Jac Niessen gaat met pensioen – ‘Ik ben van de inhoud’

Wetenschapsvoorlichter Jac Niessen neemt na 18 jaar afscheid van WUR.
In zijn vrije tijd bouwt Jac een nutteloos bouwwerk, een “follie”, geïnspireerd op Hundertwasser. De materialen zijn afgedankt, zoals de dakleien die Jac van de Stevenskerk kreeg. Foto: Eric Scholten

Wetenschap en media zijn in die periode flink veranderd. Veel bescheiden Wageningers weten zich slecht raad met de roeptoeters op sociale media, meent Niessen.

Toen Jac Niessen in 2003 begon als wetenschapsvoorlichter van WUR, zag de wereld er heel anders uit. Tijdschriften Nature en Science hadden in 2000 het genoom van de mens gepubliceerd en het genetisch onderzoek raakte in een stroomversnelling. ‘We gingen van de microscoop naar de bouwstenen van het leven.’ Tegelijkertijd maakten onderzoekers en maatschappij de omslag van analoog naar digitaal. ‘Het was een tijdvak van hoge verwachtingen’, blikt Niessen terug, ‘maar de wetenschappelijke doorbraken die werden gevierd, vielen in de praktijk vaak tegen. Ondanks alle genetische kennis kunnen we nog steeds niet veel genetische ziekten verhelpen.’

Niessen kwam over van onderzoekfinancier NWO. ‘We vonden NWO een complexe organisatie, maar WUR was veel ingewikkelder! Je had universiteit en onderzoeksinstituten, je had contractonderzoek en wettelijke onderzoekstaken, je had kenniseenheden en daarnaast het Rikilt. Ik heb geleidelijk mijn weg gevonden, met dank aan we@wur en contact met onderzoekers bij mediavragen. En als je binnenkomt in Wageningen, hoor je er bij.’

Niessen heeft biologie gestudeerd: ‘Ik heb een inkijkje gehad in de wetenschap. Communiceren over de methode van wetenschap is heel belangrijk, want er wordt van alles beweerd. Het publiek ziet een onderzoeker in haar witte labjas, maar niet haar gedachten en hypothesen. Gelukkig zijn er tv-programma’s als De Kennis van Nu, die het wetenschappelijke proces wel laten zien. Dat proces is vaak ongrijpbaar. Promovendi horen vaak van familie, pas nadat ze het lekenpraatje bij de promotie hebben gedaan: o, nu snap ik waar je al die jaren mee bezig was!’

Sociale media

De media veranderden ook enorm in de afgelopen twintig jaar. ‘In 2009 ging ik op Twitter. In het begin stonden er veel onzinnige berichtjes op, dat namen de wetenschappers niet serieus. Maar toen crashte er een vliegtuig op Schiphol en stond het nieuws als eerste op Twitter. Dat was een doorbraak; ooggetuigen werden verslaggever.’

Inmiddels domineren de sociale media het nieuws. En daar hebben veel onderzoekers last van, meent Niessen. ‘Laatst sprak ik een onderzoeker die stopt met LinkedIn om zichzelf te beschermen. Geregeld riep iemand iets ongefundeerds op dit platform en moest hij zich afvragen: ga ik hier op reageren? En dan moet je snel reageren, dus het onderbreekt je echte werk. Plus: op sociale media raken kwesties gepolariseerd. Er zijn onderzoekers die de interactie op sociale media met succes aangaan. Maar veel onderzoekers die ik ken, vinden sociale media vervelend.’

Wageningers mogen wel wat trotser zijn op wat ze neerzetten

Tegenover de roeptoeters op sociale media staan de bescheiden onderzoekers. Niessen: ‘Wageningers mogen wel wat trotser zijn op wat ze neerzetten, ze hebben enorm veel impact. Ze zijn te bescheiden, maar misschien is dat inherent aan hun vakgebied: de bodem en de microbiologie zijn onzichtbaar. Het image, de buitenkant, is tegenwoordig belangrijker dan de inhoud, de binnenkant. Maar bij WUR vinden de mensen de inhoud belangrijker. Ik ook, ik ben van de inhoud. De buitenkant is tweedimensionaal, de inhoud is 3D.’

Pers

Niessen heeft wel adviezen voor wetenschappers om beter met de media om te gaan. ‘Je moet jonge onderzoekers opleiden om hun verhaal te vertellen aan een lekenpubliek. Dat doen de onderzoekers al veel beter dan vroeger, mede door initiatieven als Famelab, waarbij je leert vertellen wat de essentie is van je onderzoek en hoe je dat presenteert. Schrijf eens in één zin op waar je onderzoek over gaat en in zin twee waarom dit onderzoek nuttig is.’

Omgaan met de pers behoeft ook aandacht. ‘Vaak schrijven journalisten maar de helft op en plaatsen ze het onderzoek in een bepaald frame. Ook doen de media veel aan copy-paste, maar weinig journalisten checken de bron van het verhaal. Dat kun je verfoeien, maar de kranten moeten met steeds minder journalisten het blad of website volschrijven. Niemand wil meer voor nieuws betalen, het nieuws ligt op straat, gratis. Dan is het bijna onmogelijk met schrijven je boterham te verdienen. Als je kwaliteitsjournalistiek wilt, moet je betalen. Alles heeft zijn prijs.’ 

Ik voelde me echt een dorpsbewoner op de campus

Het laatste decennium fietste Niessen bijna dagelijks op zijn e-bike van Nijmegen, waar hij woont, naar Wageningen. ‘Ik voelde me echt een dorpsbewoner op de campus. WUR is een global village, met disciplines en studenten van allerlei achtergronden die allemaal enthousiast zijn. Ik leidde soms kritische journalisten rond op de campus en die gaan dan ‘scherpe’ vragen over WUR stellen aan willekeurige studenten. Die studenten komen dan met geweldige reclame hoe ze WUR waarderen, daar kan geen voorlichting tegenop. Het is een eer om daar bij te horen.’

Sinds corona werkt Niessen thuis en mist hij de contacten op de campus. Bovendien kost het online werken, thuis achter de computer, hem veel meer energie. Dus daarom houdt hij er vervroegd mee op, anderhalf jaar voor zijn pensioen.

Lees ook:

Je moet inloggen om een comment te plaatsen.