Jongste meer verwend met ongezonde tussendoortjes

Wat velen al vermoedden, is inmiddels wetenschappelijk onderbouwd.
Foto: Shutterstock

‘Steeds meer jonge kinderen kampen met overgewicht’, vertelt promovendus Femke Brouwer van Food Quality and Design. ‘We weten uit eerder onderzoek dat met name de moeders bepalen wat de kinderen eten. Om ervoor te zorgen dat ze gezonde keuzes maken voor hun kind is het belangrijk te achterhalen wat hen beweegt.’

Brouwer vroeg 136 Nederlandse moeders met kinderen tussen de 2 en 7 jaar oud wat ze hun kleintjes gaven en welke afwegingen ze daarbij maakten. Dit hielden de moeders twee weken bij in een dagboek. ‘We zagen dat moeders met hun eerste kind veel bewuster bezig zijn met het geven van gezonde tussendoortjes. De moeders gaven hun jongste andere tussendoortjes dan wat ze de oudste gaven op diezelfde leeftijd. Dat verraste ons’, zegt Brouwer. ‘Dit onderwerp is ook nog niet eerder bestudeerd.’

Eerste kind

Bij doorvraag bleek dat moeders daar verschillende redenen voor hadden. Brouwer: ‘Een eerste kind is extra spannend, ik herken dat ook wel bij mezelf. Moeders willen het goed doen, maar weten niet altijd hoe ze dat aan moet pakken. Dus volgen ze adviezen nauwgezet op en kopen vooral producten die voor die leeftijd ontworpen zijn, zoals peuterkoekjes.’

Moeders zijn met hun eerste kind veel bewuster bezig

Promovendus Femke Brouwer van Food Quality and Design


Bij een tweede of derde kind zijn moeders een stuk relaxter. Brouwer: ‘Zoals één moeder het goed verwoordde: “Dat gaat wel goed, die anderen leven immers ook nog.” Daarnaast eet de jongste vaak dezelfde tussendoortjes als het oudere broertje of zusje. Het is erg lastig om als ouder te zeggen: nee jij krijgt geen stukje chocola, maar dit droge beschuitje. Met oudere kinderen in huis zijn er bovendien ook andere tussendoortjes in huis behalve rozijnendoosjes.’

Gedrag

Dit verschil in gedrag van de moeders ten opzichte van de jongste en oudere kinderen, verklaart mogelijk ook waarom het vaker het jongste kind is dat overgewicht heeft. Deze inzichten kunnen volgens Brouwer nuttig zijn voor overheden en gezondheidsinstanties om hen te helpen met het ontwikkelen van campagnes om gedragsverandering  teweeg te brengen. En voor producenten bij het ontwikkelen van gezonde tussendoortjes.
Volgens haar zou het interessant zijn om in de toekomst dit onderzoek te herhalen voor de hele populatie. Brouwer: ‘En ook om te kijken welke rol vaders, of grootouders spelen. Van vaders wordt gezegd dat ze makkelijker zijn en grootouders zouden hun kleinkinderen extra verwennen. Bovendien is dat een generatie die sowieso heel anders tegen voeding aankijkt.’

Lees ook:

Je moet inloggen om een comment te plaatsen.