[no]WURries: ‘Mijn lab-collega ruikt vaak erg naar zweet.’

In this section people from WUR answer questions from colleagues and students.
‘Mijn lab-collega ruikt vaak erg naar zweet. Ik zou er wel iets van willen zeggen, maar ik weet niet hoe ik dat moet aanpakken. Ik kan goed met hem overweg en wil onze werkrelatie niet verpesten.’ Vrouw (36), naam bij redactie bekend

Betrek jezelf erin

‘Als ik zelf onfris zou ruiken, zou ik graag willen dat iemand me daarop wijst. Daarom zou ik dat ook bij anderen doen. Zeker als je veel met hem moet samenwerken, want dan is het ook onprettig voor jezelf. Neem je collega even apart en zwak het probleem wat af. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik merk dat je de laatste tijd een beetje naar zweet ruikt’. Je zou kunnen zeggen dat je zelf ook wel eens ruikt, dat maakt het minder gênant voor hem. Soms blijft zweetlucht ook in T-shirts hangen, daar kan geen deodorant tegenop. Oude shirts weggooien is dan het enige wat helpt. Dat kun je als tip meegeven.’ Effie Beumer, functioneel beheerder CC&M

Dankbaar klusje

Dit dilemma valt voor mij in dezelfde categorie als eten op je gezicht hebben of een opstaande gulp. Al ligt lichaamsgeur wel gevoeliger. Toch zou ik het gesprek aangaan. In alle gevallen met een vraag, zoals: “Weet je dat je gulp open staat?” en in dit specifieke geval “Weet je dat je een sterke lichaamsgeur hebt?” De tweede vraag is dan of en hoe hij geprobeerd heeft hier iets aan te doen. In gesprek komen is de beste manier om een dergelijk probleem op te lossen. Meestal zijn mensen je uiteindelijk dankbaar, omdat ze zich niet bewust waren van het probleem.’ Henri ten Klooster, hoofd sportcentrum de Bongerd

Invloed kent grenzen

‘Vraag je eerst af of je het probleem kunt accepteren en loslaten. Zo niet, dan moet je het gesprek aangaan. Waarschijnlijk ben je bang om je collega te kwetsen. Uit daarom een constatering en geen verwijt: “Ik merk dat je een sterke lichaamsgeur hebt” in plaats van “je stinkt naar zweet”. Vraag vervolgens of diegene zich daarvan bewust is. Misschien is er een medische oorzaak en probeert je collega van zijn lichaamsgeur af te komen. Het kan ook zijn dat die persoon in de verdediging gaat en zegt dat het niet zo is. Toch is er dan niet niets gebeurd. Als het voor je collega echt nieuws is, heb je hem waarschijnlijk wel aan het denken gezet en zal hij misschien op zoek gaan naar een betere deodorant. En zo niet, dan is dat helaas zo. Er zit een grens aan de invloed die we op onze collega’s hebben.’ Rolien Willmes, docent Strategische Communicatie

Zeg het gewoon

‘Als ik jou was zou ik je collega er gewoon op aanspreken. Iedereen ruikt weleens naar zweet, jij waarschijnlijk ook. Zoiets hoeft niet gênant of vernederend voor hem te zijn – tenzij je dat er zelf van maakt. Houd het dus luchtig. Je kunt wel eerst bij jezelf te rade gaan of je gevoelig bent voor geurtjes. Het is fijn voor de ander als het probleem ook deels bij jezelf legt. Succes! Hopelijk kun je gauw weer lekker door je neus ademen op je werk.’ Hanne Berghuis, onderwijs- en onderzoeksmedewerker, Water Systems and Global Change

NEXT WURRIE
‘Ik ben een docent bij WUR en op zoek naar tips hoe ik online Groepswerk beter kan vormgeven. Wat werkt en wat niet? Ik ben ook benieuwd naar ideeën van studenten!’ Jessica Duncan, universitair docent Rurale Sociologie

Heb jij advies, tips of goede raad voor deze Wurrier? Mail het (max. 100 woorden) vóór 9 september naar resource@wur.nl tav noWURries #2. Zelf raad nodig? Mail je probleem (max. 50 woorden) naar resource@wur.nl tav noWURries.

Lees ook:

Je moet inloggen om een comment te plaatsen.