‘Gezondheid is niet alleen eigen verantwoordelijkheid’

Mensen met een lagere sociaaleconomische status kampen vaker met gezondheidsproblemen.
Foto: Shutterstock

Dat is onrechtvaardig: iets waar je niet zozeer als individu maar als samenleving verantwoordelijk voor bent, bepleit filosofie-promovendus Beatrijs Haverkamp, die morgen promoveert.

Wanneer is iemand eigenlijk gezond?

‘Daar zijn veel verschillende definities voor.Soms wordt gesproken van afwezigheid van ziekte, maar de WHO omschrijft het bijvoorbeeld als een volledig sociaal, mentaal en lichamelijk welbevinden. In theoretische debatten zie je vaak de neiging om te streven naar één beste definitie. Maar wat ik betoog, is dat dit niet nodig is, omdat al die definities wel wat belangrijks zeggen over wat gezondheid betekent. Ik denk dat het beter is om de betekenis van gezondheid te koppelen aan de praktijk waarin je het nastreeft. Als je het puur hebt over biomedisch onderzoek, dan is het waarschijnlijk zinvol om alleen te spreken van afwezigheid van ziekte. Maar als je het hebt over chronisch zieken, dan gaat het veel meer over het welzijn van een persoon. Ik heb ook samen met het RIVM een kleine studie uitgevoerd om te kijken wat mensen zelf onder gezondheid verstaan. Bij de lagere sociaaleconomische groep gaven mensen aan dat gezondheid betekende dat ze niet ziek waren en dat ze goed de dag doorkomen. Mensen uit de hogere sociaaleconomische groep toonden een veeleisender begrip van gezondheid: daar gaat het ook om welzijn, levenslust en invloed van eigen gedrag.’ 

We kunnen beter kijken naar de ongelijkheden die ontstaan door gezondheidsverschillen. Dan kun je ook de pensioenleeftijd bepalen op basis van beroep, inkomen of opleidingsniveau. 

In hoeverre zijn mensen zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid?

‘Het is een ingewikkeld verhaal, want een groot deel van de verschillen in gezondheid heeft ook te maken met verschillen in leefstijl. Zo weten we dat Nederlandse laagopgeleide mannen significant meer roken. De sociale norm binnen een groep bepaalt dit ook voor een groot deel. Wat ook niet meehelpt, is dat financiële stress vaak leidt tot een ongezondere leefstijl. En als je bijvoorbeeld kijkt naar de locatie van sociale huurwoningen, dan zijn dat vaker minder gezonde plekken, bijvoorbeeld qua luchtvervuiling of de mogelijkheid om even een rondje in het park te wandelen. Dat leidt ertoe dat sommige groepen mensen in alle opzichten slechter af zijn. Andersom geldt hetzelfde: als je een betere opleiding hebt, verdien je vaak meer en kun je meestal beter wonen en gezonder leven. Dus het argument dat leefstijl een eigen keuze is, en dat het daarmee dus niet onrechtvaardig is dat sommige mensen sneller ziek zijn, gaat wat mij betreft niet op. Het is een heel complex aan maatschappelijke factoren en we houden dit met zijn allen ook in stand. Bijvoorbeeld door de manier waarop ons onderwijssysteem is ingericht en hoe we verschillende beroepsgroepen verschillend belonen. Gezondheid is dus een gedeelde verantwoordelijkheid binnen de samenleving.’

 Sociale huurwoningen staan vaak op minder gezonde plekken 

Jouw proefschrift gaat over de rechtvaardigheid van gezondheidsverschillen. Hoe bepaal je dat?

‘Rechtvaardigheid gaat over hoe we met elkaar omgaan, en of we elkaar gelijkwaardig behandelen. Intuïtief zou je zeggen dat er duidelijk er iets mis is als er zulke verschillen in gezondheid zijn. Maar aangeven wat wel rechtvaardig is, dat is voor gezondheid best wel ingewikkeld. Je kunt het bijvoorbeeld niet verdelen over de maatschappij, zoals geld. Rechtvaardigheid kan bijvoorbeeld inhouden dat iedereen recht heeft op gelijke kansen. Dus dan kijk je meer naar de onderliggende sociaaleconomische verschillen, die vervolgens tot die verschillen in gezondheid leiden. Of je kunt zeggen dat iedereen recht heeft op een bepaald minimumniveau van gezondheid. Dat er dus zoiets bestaat als: gezond genoeg. Dat minimum is lastig te bepalen. Ik kijk met name naar de invloed van gezondheid op iemands positie in de samenleving. Zo leiden gezondheidsproblemen bijvoorbeeld tot een hoger risico op stigmatisering, werkloosheid of minder pensioenjaren. In dat opzicht zijn we in Nederland – waar ook de minst gezonde groep ruim boven het mondiaal gemiddelde komt – niet gezond genoeg, omdat die verschillen er duidelijk wel toe doen.’

Wat betekent dit, bijvoorbeeld, voor beleid?

‘Er wordt vaak gesteld dat overheid beleid moet maken om die gezondheidsverschillen te verkleinen. Maar dat is ook ontzettend lastig. Dus ik pleit ervoor om te erkennen dat dit hardnekkige verschillen zijn, maar dat we daar ook op een andere manier mee kunnen omgaan: door meer te kijken naar de ongelijkheden die ontstaan als gevolg van die gezondheidsverschillen. Zoals dus bijvoorbeeld minder pensioenjaren. Dan kun je ook nadenken over andere maatregelen zoals het differentiëren van de pensioenleeftijd op basis van beroep, inkomen of opleidingsniveau.’

Beatrijs Haverkamp is op 22 februari gepromoveerd bij hoogleraar Filosofie Marcel Verweij.

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.