Innovatie kassen stagneert door energiecrisis

Glastuinbouw start campagne voor beter overheidsbeleid.
Tekst: Arno van ’t Hoog | Foto: Shutterstock

Telers van tomaten, snijbloemen en potplanten gebruiken net als een gemiddeld huishouden vooral in de winter veel gas en elektriciteit. De energieprijzen zijn afgelopen jaar vertienvoudigd. Voor 2022 had 75 procent van de glastuinbedrijven in ieder geval nog een deel van energieprijzen voor langere tijd vastgelegd, blijkt uit een enquête van Glastuinbouw Nederland. Toch verwacht 38 procent van de glastuinbouwers dat er eind 2022 betalingsproblemen kunnen ontstaan.

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat werkt inmiddels aan een afschakelplan voor komende winter, mochten er echte tekorten ontstaan. Glastuinbedrijven die vrijwillig hun energieverbruik terugschroeven, kunnen dan rekenen op een vergoeding. Pauzeren of doorkweken wordt daarmee een bedrijfseconomische rekensom.

‘Bij de huidige gasprijs van 1,20 per kuub kan kassenteelt bedrijfseconomisch eigenlijk vaak niet meer uit’, zegt WUR-onderzoeker Energie en Kasklimaat Frank Kempkes. Hij is projectleider van een aantal demonstratiekassen die laten zien hoe de glastuinbouw energiezuiniger kan telen.
Er zijn al rozentelers geweest die afgelopen winter hun kassen koud hebben gezet, zegt Kempkes. ‘Rozen kunnen zo’n periode prima doorstaan, maar andere soorten snijbloemen zijn daar niet tegen bestand. Potplanten kunnen een paar maanden iets koeler, maar je kunt de kachel niet helemaal uitzetten. En als tomatenplanten eenmaal staan, en je hebt maanden geïnvesteerd in substraat, bemesting en verzorging, dan kun je de kachel niet zomaar uitzetten als de gasprijs gaat stijgen. Dan lijd je gigantische verliezen.’

Als de planten eenmaal staan, kun je de kachel niet zomaar uitzetten

Minder energie

De glastuinbouw heeft al flink bespaard de voorbije jaren. Per vierkante meter wordt meer geproduceerd met minder energie en er is met innovatie nog veel meer mogelijk, zegt Kempkes. ‘Alles bij elkaar opgeteld kan door isolatie, het terugwinnen van warmte en het slimmer telen de warmtebehoefte van een gangbaar tuinbouwbedrijf nog worden gehalveerd.’De demonstratiekassen in Bleiswijk hebben de voorbije jaren laten zien wat er mogelijk is, bijvoorbeeld in de teelt van aardbei, gerbera, fresia en potanthurium. Er is ervaring opgedaan met betere isolatie, warmtepompen, zuinige ledverlichting en doordachte klimaatbeheersing. De demonstratiekassen gebruiken geen gas: verwarming en verlichting zijn elektrisch.

Pionier

Een enkele pionier is met warmteopslag in de bodem al van het gas af. Orchideeënteler Van der Hoorn in Ter Aar liet in 2006 een grote gasloze kas bouwen met verlichting op groene stroom. Kempkes: ‘De zon levert in Nederland het equivalent van 100 kuub aardgas per vierkante meter. Telers verstoken jaarlijks gemiddeld 30 kuub per vierkante meter, dus de zon levert veel meer dan de glastuinbouw nodig heeft. Seizoensopslag van warmte als standaard is nog redelijk ver weg, want het vraagt grote investeringen in apparatuur en aanleg. Opslag gebeurt in watervoerende lagen in de bodem en dat kan niet overal.’
Dit soort kostbare investeringen stellen ondernemers op dit moment voor lastige keuzes, zegt Pepijn Smit, onderzoeker bij Wageningen Economic Research en auteur en projectleider van de jaarlijkse Energiemonitor van de Nederlandse glastuinbouw.

‘Enerzijds wil de sector zo snel mogelijk van het aardgas af. Anderzijds moet dat mogelijk zijn, niet in de laatste plaats financieel. Boven het toekomstperspectief van de sector hangen donkere wolken. Telers weten niet wat er komende winter gaat gebeuren, laat staan de komende twee jaar. Sommige bedrijven hebben nog wel reserves , maar die zijn ook niet onuitputtelijk.’

Betaalbaar

De Energiemonitor van de Nederlandse glastuinbouw laat zien dat het aandeel duurzame energie sinds 2010 is toegenomen van 2 naar 10 procent. ‘Als je dat aandeel nog verder wilt laten groeien, moeten de alternatieven beschikbaar en betaalbaar zijn. Daar hoort betaalbare duurzame elektriciteit bij.’

Volgens Smit wordt in discussies over kassen en gasverbruik weleens de rol van elektriciteit vergeten. Telers genereren elektriciteit en warmte op het eigen terrein via warmtekrachtkoppeling (wkk): een mini-centrale met een efficiënte gasturbine die stroom, warm water en kooldioxide voor de groei oplevert. Daarnaast wordt een belangrijk deel van de geproduceerde elektriciteit verkocht.

Smit: ‘De glastuinbouw verkoopt netto meer elektriciteit dan ze zelf gebruikt, vooral op winterse ochtenden of als er minder wind- of zonne-elektriciteit beschikbaar is. Warmtekrachtinstallaties kunnen heel snel reageren op veranderingen in stroomverbruik, veel sneller dan een kolencentrale.’
Het is iets om goed bij stil te staan, zegt Smit: je zou de glastuinbouw van het gas af kunnen halen, maar dan moeten telers elektriciteit, warmte en kooldioxide voor de groei elders vandaan halen. ‘Warmtekrachtkoppeling in de glastuinbouw is opvallend efficiënt. Als elektriciteit uit een energiecentrale duur is, kan het aantrekkelijker zijn duur aardgas te kopen en dat via warmtekrachtinstallaties om te zetten in warmte en elektriciteit.’

Dat glastuinbouw een onzichtbare steunpilaar is in de Nederlandse ener­gievoorziening, brengt de sector onder de aandacht in een recent gestart met een publiekscampagne. ‘Grote kans dat uw huis nu of in de toekomst verwarmd wordt door onze kassen.’ De kernbood­schap: kassen leveren inmiddels zo’n 10 procent van de stroom in Nederland en dat moet meer worden. Investeren in de energietransitie ‘is dan een must’. De campagne loopt tot en met november.

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.