Column: Wet van Goodhart

Zo gauw criteria tot doel worden uitgeroepen, verliezen ze hun effectiviteit. Dit lijkt ook op te gaan oor het PhD-criterium binnen het tenure track-systeem.
Lisa Becking

Zo gauw criteria tot doel worden uitgeroepen, verliezen ze hun effectiviteit. Deze wet van de Britse econoom Goodhart, lijkt ook op te gaan voor het PhD-criterium binnen het tenure track-systeem bij WUR. Het idee achter de tenure track (TT) is dat je als staflid kwaliteit kan tonen in onderwijs, onderzoek, begeleiding, acquisitie en management om zo carrièrestappen te maken richting hoogleraar. Door het hoge aantal promovendi dat vereist is binnen de TT, dreigt het binnenhalen van promovendi een doel an sich te worden.

Even wat cijfers. Om bevordering te maken moet een TT-er een vastgesteld aantal promovendi tegelijk begeleiden, gemiddeld over het afgelopen drie jaar. In de WUR departementen ASG, AFSG en PSG zijn 6 tot 7 promovendi vereist voor universitair hoofddocent-1, en 8 tot 10 promovendi voor hoogleraar. Bij SSG en ESG zijn dat 4 tot 5 en 5 tot 6 voor de twee respectievelijke bevorderingsstappen. Een cruciaal punt: begeleiding en promoties van vóór die drie jaar tellen niet mee.  

Er is op campus al een behoorlijk verschil in cijfers: een bioloog met een bureau in Zodiac/Helix/Radix moet bijna twee keer zoveel promovendi binnenhalen om hoogleraar te worden als een bioloog in Lumen. Hoe is dat in de rest van Nederland? Allereerst, het gros van de universiteiten werkt niet met gemiddelden, maar neemt alle promoties mee, cumulatief over iemands carrière. Dat maakt het geheel al minder gefocust op het binnenhalen van steeds meer promovendi, om maar die drie-jaar-gemiddelden hoog te houden. Het vereiste aantal promovendi ligt nationaal ook beduidend lager en een groot aantal universiteiten geeft überhaupt geen grenswaarden.

Een bioloog met een bureau in Zodiac/Helix/Radix moet bijna twee keer zoveel promovendi binnenhalen als een bioloog in Lumen

Waarop baseert WUR de keuze voor deze specifieke aantallen? Een helder antwoord heb ik nog niet. Er wordt veel verwezen naar het bekostigingssysteem. Voor elke promotie ontvangt de leerstoelgroep namelijk zo’n 67.000 euro – een premie van de overheid. Het PhD-criterium zou laten zien dat de TT-er een ‘financieel gezonde groep kan leiden’. Dat is een wat bittere pil. Binnen de TT-evaluatie is acquisitie al een aparte categorie waarop beoordeeld wordt. Daarnaast lijkt niemand aan te geven dat het aantal een blijk van kwaliteit als begeleider en onderzoeker is. Sterker nog, kwaliteit waarborgen met zoveel promovendi tegelijkertijd is twijfelachtig.

En er speelt nog iets. Sinds 2016 is de premie per promotie afhankelijk van het totaal aantal promoties in het land – wanneer het aantal promoties stijgt, ontvangen universiteiten steeds minder per promotie. Als bij ons de prikkel is om het aantal promovendi te maximaliseren, gaat dat ten koste van het hele land, inclusief onszelf.

In 2019 oordeelden 38 hoogleraren van WUR dat het PhD-criterium onwenselijk hoog is en spoorden ze in een brandbrief aan om alle bevorderingscriteria aan te passen. Daar is inmiddels een commissie voor aangesteld. Het geheel herzien kost – begrijpelijk – wat tijd. Zouden we dan misschien alvast op korte termijn het PhD-criterium kunnen normaliseren naar de rest van het land? Zo blijven we ons richten op het oorspronkelijk doel van de TT: academische kwaliteit.

Lisa Becking is universitair docent bij Mariene Dierecologie, onderzoeker bij Wageningen Marine Research en bestuurslid van De Jonge Akademie (KNAW). Ze zoekt naar kunst boven en onder de waterspiegel.

Lees ook:

Je moet inloggen om een comment te plaatsen.