Column: Afbraak

In januari kapte WUR veertien bomen voor de aanleg van een fietspad naar het nieuwe onderwijsgebouw Aurora.

En weer is er een stukje afgesnoept van het Dassenbosje, het bosje van drie hectare in het zuidwesten van de campus. In januari kapte WUR veertien bomen voor de aanleg van een fietspad naar het nieuwe onderwijsgebouw Aurora. Op zichzelf stelt de kap van veertien bomen natuurlijk niet veel voor, maar het is onderdeel van een kwalijk patroon. In 2014 werd er al een deel van het Dassenbosje gekapt voor de aanleg van de busbaan en ook van de oude houtwal langs de Bornsesteeg zijn door de jaren heen steeds meer stukken verwijderd.

Het zou heel wrang zijn als we alleen natuur op plekken tolereren die we toevallig over hebben

Bovendien heeft WUR jarenlang gepleit voor een rondweg die door het Dassenbosje zou lopen. Dat plan is ondertussen van de baan, maar nu wil Idealis studentenhuisvesting bouwen tegenover Campus Plaza, precies waar die houtwal loopt. Het lijkt op de manier waarop landschapselementen verdwijnen uit het buitengebied: iedere keer wordt er een stukje opgeofferd, totdat er niets meer over is.

Volgens sommigen is het Dassenbosje ruim 300 jaar oud. Uit luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog blijkt dat het bosje vroeger voor hakhout werd gebruikt en ook aan de wat oudere bomen kun je dat nog zien. Verder is er nog een duidelijke rabattenstructuur herkenbaar, een slotenstelsel dat veel werd toegepast om bosbouw mogelijk te maken in natte gebieden. Ook de houtwal langs de Bornsesteeg is een restant van een ouder boscomplex. Zulke geschiedenis is waardevol, juist op een campus waar veel gebouwen pas na 2000 zijn gebouwd. Het zou van armoede getuigen als we niet in staat zouden zijn dat te behouden.

En natuurlijk, er is de afgelopen jaren ook veel natuur bijgekomen op onze campus. Er zijn vijvers gegraven, er is blauwgrasland met orchideeën aangelegd en er is zelfs een vleermuizenkelder gebouwd. Voor iedere gekapte boom zijn er meerdere nieuwe bomen geplant. Dat is prijzenswaardig. Maar het vormt geen volwaardige vervanging van landschapselementen die er voor de oorlog al waren. Niet qua natuurwaarde en niet qua cultuurhistorie. Het zou heel wrang zijn als we alleen natuur tolereren die we zelf hebben ingetekend, op plekken die we toevallig over hebben. Laten we dus op de eerste plaats zorgvuldiger omgaan met de natuur die er al is. Ook op plekken waar die natuur ons niet zo handig uitkomt.

Vincent Oostvogels (25) zit in het eerste jaar van zijn promotieonderzoek naar biodiversiteitsherstel in de melkveehouderij. Hij droomt ervan om op een dag zelf een paar koeien te kunnen houden.

Lees ook:

Je moet inloggen om een comment te plaatsen.