Masterstudent blijft dicht bij huis voor afstudeervak

Maurice Olthuis verruilde Wageningen voor Noordoost-Groningen om toch onderzoek te kunnen doen in coronatijd.

Het is ongebruikelijk: je voert praktijkonderzoek uit nabij je ouders huis voor je masterthesis. Maar Maurice Olthuis is er deze week aan begonnen.

Olthuis is tweedejaars masterstudent Plantenwetenschappen in Wageningen. Hij oriënteerde zich dit voorjaar op een afstudeervak van zes maanden toen de coronacrisis uitbrak. ‘Ik dacht gelijk: veel vakken zullen vast niet meer doorgaan. In april heb ik mijn kamer in Wageningen opgezegd en ben ik weer in Zeerijp gaan wonen. Dat ligt in het aardbevingsgebied, in Noordoost-Groningen.’

Aardappelopslag

Olthuis werkt sinds jaar en dag op vrije dagen bij een pootgoedbedrijf in Groningen en daar zijn door de milde winters afgelopen jaren steeds meer problemen met ‘aardappelopslag’. Dat zijn knollen die bij het rooien in de grond achterblijven en daarin overleven. Dat willen de boeren niet, want ze telen aardappels in rotatie met bijvoorbeeld tarwe en bieten. De aardappelopslag vermeerdert zich en kan na 3 jaar nog tevoorschijn komen, als de akkerbouwers weer een nieuwe ronde pootaardappelen telen. De partij pootaardappelen met ‘opslag’ wordt afgekeurd of gaat in (prijs)klasse omlaag, dus de telers willen zo min mogelijk opslag.

Groenbemester

In de kantine van het pootgoedbedrijf ontstond een onderzoekvraag bij de masterstudent. ‘Een collega-akkerbouwer had de grond niet bewerkt na de tarweoogst en had weinig opslag. Wij hadden na de tarwe een groenbemester gezaaid en hadden veel last van opslag.’

Gele mosterd

Olthuis heeft nu een praktijkproef opgezet bij deze pootgoedteler. Hij heeft een areaal van 60 bij 70 meter opgedeeld in twintig stroken van drie meter breed. Daarin zaait hij vier verschillende groenbemesters, zoals bladrammenas en gele mosterd, plus een strook braak als controlegroep. Dat patroon herhaalt hij drie keer, waarbij de groenbemesters ad random naast elkaar liggen. In alle stroken poot hij aardappels op verschillende dieptes die de aardappelopslag na moet bootsen. De komende maanden gaat hij monitoren of de aardappels opkomen.

Vitaliteit

‘We weten precies hoeveel aardappelen er in de grond zitten. Elke twee weken kijken we hoe de groenbemesters zich ontwikkelen en of er aardappels opkomen of verdwijnen. Aan het eind van de proef rooien we alle aardappels weer op en beoordelen we hun vitaliteit.’ De proef moet uitsluitsel geven of de teelt van groenbemesters aardappelopslag stimuleert.

Het onderzoek moet in februari klaar zijn. Hij hoopt nieuwe verbanden te vinden. ‘Er zijn tientallen publicaties over aardappelopslag, maar in geen enkele wordt de relatie tussen groenbemesters en aardappelopslag onderzocht.’ 

Je moet inloggen om een comment te plaatsen.