Avondeten met z’n zestienen

Hoe beïnvloedt de coronacrisis het leven in studentenhuizen? Drie studenten vertellen.
Foto: Sven Menschel

Marijn van der Meer

bachelorstudent Milieuwetenschappen

‘We wonen met z’n eenentwintigen in Duivendaal. Een aantal huisgenoten is naar hun ouders gegaan en de rest is in Wageningen. ‘Door de coronacrisis leren we elkaar nog een stuk beter kennen. Kleine gewoontes van huisgenoten vallen steeds meer op. Hoe iemand binnenkomt in de woonkamer, hoe iemand zijn ontbijt eet. Je zit gewoon langere tijd op elkaars lip.

‘We houden het gezellig door ‘normaal’ door te gaan met activiteiten. Vóór de coronacrisis hielden we ongeveer elke maand een huisfeestje, nu gooien we soms een themafeestje voor onszelf. Afgelopen week was het thema Singapore, omdat een huisgenoot daar op uitwisseling is geweest; de keer daarvoor genderswap: de vrouwen moesten als mannen en de mannen als vrouwen. Vorige week hebben zelf we een diploma-uitreiking voor een huisgenoot georganiseerd. Zijn ouders waren erbij via Skype. Zo proberen we op een ludieke manier de sfeer erin te houden en stil te staan bij zo’n belangrijk moment.

 Door de coronacrisis leren we elkaar een stuk beter kennen 

‘Een aantal huisgenoten studeert op hun kamer, anderen vinden het fijn om de woonkamer als bibliotheek te gebruiken. Ik zit ook liever in de woonkamer, dan heb je nog wat menselijk contact. Maar als ik me even wil terugtrekken, ga ik lekker op m’n kamer zitten. Iedereen heeft soms een momentje voor zichzelf nodig. ‘Samen eten hebben we altijd wel gedaan. Vroeger vroeg iemand in de groepsapp wie er mee at, nu is dat niet meer nodig. We gaan er gewoon vanuit dat we altijd met vijftien á zestien man eten. We maken er elke keer weer een heel diner van. De taakverdeling gaat vanzelf: iedereen weet wel of het zijn of haar beurt is om boodschappen te doen. We hebben tegenwoordig één lange boodschappenlijst, waarop iedereen zet wat ze nodig hebben. Zo hoeft niet iedereen naar de supermarkt. Ontsmettingsmiddel staat bij de voordeur, dus als je thuiskomt, kun je gelijk je handen schoonmaken.’

‘Drie keer in de week gaan we buiten sporten met z’n allen. Dan zetten we de muziek aan en gaan we fitnessen. We zijn een huishouden, maar houden buiten toch voldoende afstand van elkaar. We willen omwonenden niet bezorgd maken.’

Ellen Willigers

bachelorstudent Bedrijfs- en Consumentenwetenschappen

‘Ik woon nu dik anderhalf jaar in een Ceres-huis aan de Lawickse Allee. We zijn een gemengd huis met vier mannen en drie vrouwen. Eén huisgenoot zit bij haar ouders om haar masterthesis te schrijven. Tijdens de tentamenweek zat ik ook even bij mijn ouders, omdat de wifi in Wageningen niet al te best is. Maar bij m’n ouders kan ik niet met m’n vriendinnen van hier afspreken. Daardoor is het juist heel chill om in Wageningen te zijn. ‘We hebben een woonkamer en een hele grote tuin. Dat is echt lekker in de zomer. Studeren doen we op onze eigen kamers, of soms in de tuin. De woonkamer is de plek waar je lekker kan ouwehoeren. Het is niet chill als iemand daar zit te leren, dus dat houden we gescheiden. Dat is geen regel, dat gaat gewoon zo.

‘We hebben een aantal coronaregels afgesproken. Iedereen is voornamelijk thuis. De mensen met een vriend of vriendin mogen daar over de vloer komen. Verder mag je buitenshuis afspreken met vrienden om te wandelen. ‘Normaal gesproken at ik elke maandag met m’n jaarclub, op dinsdag met het huis, op woensdag en donderdag met vrienden en op vrijdag gingen sommige huisgenoten naar hun ouders. Nu eten we opeens elke avond samen, ook in het weekend-wel echt gezellig.

‘Ik heb niet het gevoel dat we elkaar echt beter hebben leren kennen. Voor de coronacrisis deden we al veel samen. Nu is er eigenlijk niets te doen, dus het is ook niet zo dat we elkaar opeens echt beter leren kennen. Puur qua samenwonen, maar zo kenden we elkaar al.’

Livia Franssen

bachelorstudent Environmental Sciences

‘Ik woon met vijf anderen op Droevendaal. De helft van mijn huisgenoten zijn internationale studenten: een Italiaan, een Catalaan en een Amerikaanse. Zij zijn in Wageningen gebleven, waardoor het voor mij en mijn twee andere Nederlandse huisgenoten ook een stuk aantrekkelijker was om hier te blijven wonen. We hebben een grote tuin, gezelligheid en een studieritme.

‘Het is best gek, van de ene op de andere dag voor onbepaalde tijd met dezelfde groep mensen onder één dak doorbrengen. Aan het begin gingen onze gesprekken zo veel over corona, dat we een coronacounter hebben ingesteld zodat we het ook nog over andere dingen hebben. We zijn alweer een paar weken vergeten om te turven. Als er geen goed ander onderwerp is om over te praten, zetten we een film op.

‘Soms is er frictie, bijvoorbeeld als er besproken wordt wanneer er boodschappen moeten worden gedaan, wie nog waar naartoe mag, of hoe dicht we bij onze vrienden mogen komen. Lastig, want wie weet wat écht het juiste is om te doen? Gelukkig kun je naar buiten als je je huisgenoten even níet wil zien.

‘Maar juist nu, in een tijd waarin alle regelmaat en structuur uit onze levens is verdwenen en de uni-drukte alleen in onze laptops bestaat, is om half acht in de ochtend een smoothie in elkaar draaien met je huisgenoot voor een gezamenlijk ontbijt, of samen tot drie uur ’s middags in je pyjama in de keuken te zitten—die nu ook dienstdoet als bibliotheek—geen verkeerde manier om deze eindeloos lijkende dagen door te komen. Als iemand zich niet zo fijn voelt, ben je er voor elkaar. Ik denk dat deze situatie huisgenoten dichter bij elkaar brengt.’

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.